• Joop Soesan

Israël, voorbeeld voor EU bij terreurbestrijding?!


YAMAM - Israel's Counter Terrorism Unit. Screenshot YouTube


Dit is de eerste aflevering van een achtergrondgesprek dat historicus Bas Belder had met opsporingscriminoloog Bart Collard.


Inlichtingen vanuit Israël hebben levens in Europa gered, merkte de scheidende Israëlische ambassadeur in Nederland, Naor Gilon, in een interview met Nieuw Israëlitisch Weekblad op. Het is een passende inleiding op een achtergrondgesprek met opsporingscriminoloog Bart Collard, die aan een proefschrift (Universiteit Leiden) werkt over islamitisch terrorisme, over de betekenis van Israël voor terreurbestrijding in Europa.


U studeert momenteel contraterrorisme in Israël. Waarom juist daar?


Collard: Israël heeft sinds de staatsvorming in 1948 voortdurend te maken gehad met terrorisme en de dreiging daarvan. Als gevolg heeft Israël allerlei bestrijdings- en preventietechnieken ontwikkeld. Dat heeft Israël gedwongen om ook vanuit rechtsfilosofisch perspectief scherper naar deze problematiek te kijken. Ik studeer aan de Reichman University in Herzliya ( het voormalige IDC) waaraan veel experts zijn verbonden.


Naar mijn eigen waarneming bestaat er weinig tot geen onderkenning in de Europese respectievelijk Nederlandse politiek én pers van het dagelijks terreurgevaar voor de Joodse staat. Hoe kijkt u hier tegenaan?


Collard: Ik ben het ermee eens dat die onderkenning beperkt is. Zelfs als Hamas geen raketten richting Israël lanceert en er geen steekincidenten in de grensgebieden plaatsvinden, leidt Israël voortdurend onder de dreiging van terrorisme. Landen in de regio zijn per definitie tegen zijn bestaan. Dat resulteert in het financieren en soms ook aansturen van terrorisme in Israël.


Bart Collard. Eigen foto


Voor de dreiging die uitgaat van het Iraanse regime, is in Nederland sowieso slechts in beperkte mate aandacht. Dit regime is niet alleen een gevaar voor zijn eigen bevolking en voor Israël, maar ook voor Europa. In Nederland hebben recentelijk twee liquidaties van dissidenten plaatsgevonden, en een poging op een derde.


Sterker nog, toen Ebrahim Raísi in augustus 2021 werd geïnaugureerd als president van Iran, stuurden de EU en Nederland vertegenwoordigers naar dat evenement. Raísi is echter verantwoordelijk voor de martelingen en executies van duizenden mensen in de jaren tachtig van de vorige eeuw.


Daarnaast komt ook de foto van Sigrid Kaag met hoofddoek, nederig buigend voor voormalig president Hassan Rouhani, in het hoofd op wanneer wordt gedacht over de Nederlandse houding tegenover Iran. In Nederland lijkt men soms niet te willen zien hoe Iran internationaal terrorisme steunt. Denk aan Irans financiële en operationele hulp aan terreurorganisaties als Hezbollah en Hamas.


In Nederland is mijns inziens te weinig aandacht voor de ideologische component voor de dreiging tegen Israël. Israël wordt vaak gezien als koloniale bezetter, waarbij de vermeende onderdrukking leidt tot reacties van Palestijnen en andere landen. Dat het Israëlische grondgebied door orthodoxe moslims wordt gezien als eeuwig islamitisch territorium omdat het in het verleden islamitisch was, wordt genegeerd.


In 2016 schreef de Duitse militair historicus Marcel Serr een diepgravende analyse over “Terreurbestrijding in Israël: Voorbeeld voor Europa?” Wat kan de EU volgens u qua terreurbestrijding (contraterrorisme) leren van Israël?


Collard: Het leven in Europa is relatief veilig. We hebben incidenteel grotere aanslagen en frequenter kleinere aanslagen. Er zijn mensen die onze open samenleving willen vernietigen, maar kennen wij werkelijk een serieuze terreurdreiging tegen het voortbestaan van Nederland? Misschien, maar dat is discussieerbaar. In Israël is dat anders.


Primair kunnen onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten leren van de “best practices” van hun collega’s in Israël. Maar ook vraagstukken over het ‘democratische dilemma’, het balanceren tussen veiligheid en vrijheid door de staat, zijn in Israël van een andere orde dan in Nederland. Hier maken we ons zorgen als het aantal door de politie afgesloten telefoontaps enigszins is gestegen. In Israël worden voortdurend afwegingen gemaakt over hoeveel burgerdoden je als “collateral damage” accepteert. Dat zijn moeilijke vraagstukken. Afgezien van het ethische perspectief moet beleid ook nog eens ‘werken’; het moet effectief zijn. Maar om te weten wat er werkt moet je voldoende ervaring hebben.


Bij de afgewogen beschouwing van Marcel Serr plaatste de officiële Duitse instantie voor politieke vorming een ronduit dubieus naschrift: “Om misverstanden te voorkomen, zij erop gewezen dat de Israëlische ervaringen bij de bestrijding van terrorisme niet direct overdraagbaar zijn op Europa. Deze bijdrage geeft de beschrijving van de Israëlische praktijk weer.” Graag uw commentaar op dit commentaar!


Collard: Het gaat hier waarschijnlijk niet zozeer om de totstandkoming van de bevindingen, om de kwaliteit van de onderzoeksmethode. Het gaat meer om de wenselijkheid van de uitkomsten voor een bepaalde groep lezers. Disclaimers dienen meestal om de potentieel gekwetste lezer gerust te stellen. Om ophef te voorkomen. We leven in een tijd waarin ophef steeds meer wordt geproblematiseerd. Als er ophef ontstaat, voelen bestuurders de urgentie om een tegengeluid of nuance te laten horen, of dat inhoudelijk nou terecht is of niet.


Je ziet dat Israël binnen Europa steun heeft, maar ook veel tegenstanders kent. Het Israël-Palestina Conflict kan de emoties hoog doen oplopen, ook binnen Europa. Israëlisch optreden tegen extremisten of terroristen leidt regelmatig tot ophef. Begin dit jaar volgde nog een oproep tot een volledige boycot tegen de staat Israël door ruim 600 Nederlandse academici en leraren.


Zij die een grote afkeer hebben van Israël zouden wel eens geschokt kunnen zijn door de conclusie dat we op gebied van terrorismebestrijding van Israël zouden kunnen leren. Wellicht verafschuwen ze die bevindingen zelfs. Zo’n disclaimer dient dan om tere zielen enig comfort te bieden.



Onderstreping verdient intussen de duidelijke stellingname van Marcel Serr: De Joodse staat wordt sinds zijn stichting in 1948 met alle denkbare vormen van terroristisch geweld geconfronteerd. Ondanks tegenslagen bij gelegenheid zijn de successen van het land indrukwekkend: hoewel de Joodse staat in de voorbije ruim zeventig jaar voortdurend aan aanslagen en aanvallen was blootgesteld, handhaafde Israël zich als een goed functionerende democratie. Onderschrijft u deze stellingname?


Collard: Zeker. Wat wij ons vaak niet realiseren, is dat Israël onder een voortdurende dreiging van terrorisme en oorlog leeft. Een staat moet zijn burgers beschermen. Daarom moet de staat zichzelf verdedigen tegen zijn ondergang. Als de staat dat niet doet, verliest hij zijn bestaansrecht.


De situatie waarin Israël verkeert, brengt allerlei dilemma’s met zich mee. Als Hamas zich verschuilt tussen de Palestijnse bevolking en raketten afvuurt vanuit woonwijken, hoe moet je daarmee omgaan?


Om een ander voorbeeld te noemen: “targeted killings” (gerichte liquidaties) zijn een omstreden praktijk – die overigens niet alleen door Israël wordt toegepast. Maar wat je daar ook van vindt, Israël hanteert allerlei juridische voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat daartoe wordt over gegaan. Denk aan militaire noodzakelijkheid, het ontbreken van realistische alternatieven en het minimaliseren van burgerdoden. Israël probeert daarmee de opties van het democratische dilemma zo goed mogelijk te balanceren.


In zulke complexe politieke en militaire situaties worden ongetwijfeld fouten gemaakt. Het gaat erom hoe je daarmee omgaat, hoe je daarvan leert. Hoe verbeter je de datacollectie of de algehele kwaliteit van je inlichtingen operaties? Hoe verbeter je de kwaliteit van het beslissingsproces? In hoeverre sta je open voor een morele reflectie op je eigen handelen? Voor zover ik kan beoordelen, heeft Israël daar ook actief aan gewerkt.































104 keer bekeken0 reacties