israelnieuws israelnieuws
 
  • Joop Soesan

Joods Jeruzalem, hét islamitisch pijnpunt - uitleg waarom de Tempelberg 'Joods' is


Tempelberg. Screenshot YouTube


In deze uitgebreide column legt historicus Bas Belder uit hoe het precies zit met de Joodse geschiedenis van de Tempelberg, nadat afgelopen week de VN-Veiligheidsraad deze middels een resolutie van tafel heeft geveegd en het alleen een "Islam-geschiedenis zou hebben.


De Algemene Vergadering van de VN opereerde op 1 december 2021 weer eens als vanouds anti-Israëlisch. In haar Jeruzalem-resolutie heette de heilige Joodse Tempelberg alleen al-haram al-sharif. Bewuste geschiedvervalsing op politieke gronden, die niet alleen wetenschappelijk, maar ook van moslim- en Palestijnse zijde al lang krachtig is weersproken.


Aan deze tegenspraak herinnert de Franse historicus Georges Bensoussan in zijn indrukwekkende boek “Die Juden der Arabischen Welt – Die verbotene Frage” (De Joden van de Arabische wereld – De verboden kwestie). In eerste instantie verwijst Bensoussan naar de vermaarde oriëntalist Bernard Lewis. De laatste merkte fijntjes op dat de “heiligheid van Jeruzalem” eens voor moslimtheologen als “een Judaïserende dwaling” gold.


De Israëlische jurist en historicus Eliezer Cherki vult deze kritische kanttekening van Lewis rijkelijk aan. In gesprek met Bensoussan wijst hij op het elementaire feit dat de naam van de stad Jeruzalem in geen van de 6219 verzen van de Koran voorkomt. “De tekst van de Koran gewaagt slechts van de stad om ze af te wijzen als centrum van de wereld, alsook gebedsrichting (qibla).”


Cherki, expert islamitisch recht, benadrukt eveneens dat de voorstellingswereld van de islam is gevormd door de geometrie van Arabië. De Bijbelse geometrie blijft de geografie van de Koran vreemd. Jeruzalem, Hebron, Bethlehem, de bergen van Judea en de heuvels van Samaria zijn daar onbekend. “Al dat zegt niets, klinkt niet in de oren, noch in het hart van Mohammed en de Arabische bedoeïenenstammen”, legt Cherki uit.

Samen met andere islamkenners herinnert Cherki aan de verworteling van Mohammed in het Arabië van zijn tijd. De eerste overdragers van de islamitische traditie noemen Jeruzalem niet. De met velerlei religieuze interpretaties omgeven hemelreis (reizen?) van Mohammed duidt de Israëlische ingewijde als een latere aanvulling.


Bensoussan geeft daarbij een interessante voetnoot: “De vertaalslag naar Jeruzalem via de koranische zinsnede “de verst verwijderde moskee” klopte nooit, maar heet “de hemelse moskee”. En deze mystieke verhoging van Mohammed heeft zich in een droom vanuit Mekka voltrokken, verklaart Cherki.”


Bekend is verder dat Mohammed “op goddelijk bevel” (Cherki) in de stad Medina de islamitische gebedsrichting van Jeruzalem naar Mekka verlegde.


Voor Georges Bensoussan lijdt het intussen geen twijfel: “De experts voor de moslimwereld, of ze nu moslims zijn of niet, stemmen overeen in de erkenning dat Jeruzalem in de islam geen heilig karakter bezit en in de ogen van moslims slechts zolang een provocatie vormt wanneer de stad door “ongelovigen” wordt gecontroleerd. Echter, zodra de moslimsoevereiniteit is hersteld, wordt Jeruzalem weer aan de vergetelheid prijsgegeven. De Arabische veroveraars, zo merken de experts op, hebben zich niet gehaast om de stad te bezetten (ze valt uiteindelijk in het jaar 636) en eenmaal in hun bezit, hebben ze Jeruzalem niet tot hoofdstad gekroond, die vestigden zij in Damascus.” Zelfs de status van regionale hoofdstad was Jeruzalem niet gegund, die ging naar het nabijgelegen Ramla.


Maar zodra Jeruzalem wordt onttrokken aan de heerschappij van de islam, komt de stad weer centraal te staan in de Arabisch-islamitische stellingname, beklemtoont de Franse geschiedkundige. Zie wat er gebeurde tijdens de kruistochten van de 12e eeuw, zie wat sinds 1948 het geval is!


Over die voortdurende Israëlisch-Palestijns conflictsituatie inzake de status van Jeruzalem ruimt Bensoussan eerst plaats in voor de opmerkelijke positie van de Palestijnse intellectueel Sari Nusseibeh (christen). In 2009, tijdens een internationale conferentie van wetenschappers over “de geschiedenis van de Tempelberg” aan de École Biblique te Jeruzalem, gaf Nusseibeh toe dat er religieuze en historische banden bestaan tussen de Joden en de Tempelberg. In hetzelfde jaar beschreef deze Palestijn in een encyclopedie over Jeruzalem de centrale plaats van de stad in de Joodse traditie en de exclusieve existentie van de Tempel op de berg Moria.


De Joodse legitimiteit wordt op religieus niveau gerechtvaardigd, argumenteert Nusseibeh. “God heeft de aarde van Kanaän geheiligd en Hij heeft die zijn kinderen Israëls toegedacht. De legendarische tempel van Jeruzalem is waarschijnlijk de plaats waar God tegenwoordig was, de Sjechina, en daar hebben de grote priesters God gediend.”


Naar verwachting werd deze zienswijze Nusseibeh allesbehalve in dank afgenomen in de Arabisch-islamitische wereld. Hij werd opgeroepen zijn uitspraken terug te nemen, zijn tekst te corrigeren. Nusseibeh weigerde.


Deze interne polemiek illustreert heel duidelijk waar hét geschilpunt lag en ligt, concludeert Bensoussan. De Tempelberg dient achter de esplanade van de moskeeën (al-Aqsa en Rotskoepel) uit het zicht te verdwijnen en daarmede elke Joodse rechtmatigheid op exact dit grondgebied uit te wissen.


Op deze lijn zat duidelijk de grootmoefti van Jeruzalem, sjeik Muhammad Ahmad Hussein, tijdens een verklaring voor de Israëlische televisie op 25 oktober 2015: de al-Aqsa-moskee werd op een plaats gebouwd waar klaarblijkelijk nooit een Joodse tempel had gestaan. Het volgende jaar nam de UNESCO in april tijdens een zitting in Parijs deze openlijke geschiedvervalsing over. In een resolutie werd botweg een religieuze connectie tussen het Joodse volk, de Tempelberg en de westelijke muur (de Klaagmuur) ontkend.


Berucht is natuurlijk ook de uitspraak van de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas: “De Joden hebben niet het recht de al-Aqsa-moskee met hun vuile voeten te bezoedelen. Wij staan hen dat niet toe en we zullen alles doen wat in onze macht ligt om Jeruzalem te beschermen.”


Bensoussan spreekt van een proces van dejudaïsering (loochening van heilige Joodse plaatsen) die in ronduit ridicule beweringen uitmondt. Zo verzekerde de officiële Facebookpagina van de Palestijnse Fatah in mei 2016 dat de davidster in werkelijkheid een exclusief moslimsymbool is. “Honderden jaren voor de stichting van de staat Israël”, zo heet het, “werd de daoudster (davidster) al in de islamitische kunst van Palestina gebruikt, maar ook in Andalusië, Marokko. De daoudster is volstrekt geen zionistisch symbool.”


De verloren superioriteit van de islam in het Midden-Oosten vanwege de Joodse staat Israël speelt moslims tot op vandaag danig parten, tot in Europa toe. Ter illustratie citeert Bensoussan een jonge Palestijn die naar Frankrijk vluchtte: “Wat de anti-Joodse dimensie in de islam betreft, zo is deze historisch en mentaal. Zij is een maatschappelijke habitus geworden. Deze dimensie komt dus ook in Europa tot uitdrukking waar moslims opnieuw met Joden moeten samenleven. Echter, dit keer als staatsburgers die even volle rechten genieten als zij, de moslims. Dat was niet het geval met de Joden toen zij in moslimlanden leefden tot op de koloniale tijd. Deze gelijkheid voor de wet, deze rechtsgelijkheid tussen Joden en moslims is voor de laatsten heel moeilijk te accepteren.”


VN-resoluties die het woord “Tempelberg” verzwijgen, bezondigen zich niet alleen aan geschiedvervalsing, maar wakkeren religieuze ressentimenten/radicalisering aan. Met zijn laffe onthouding bij stemming over de Jeruzalem-resolutie gaat Nederland daarbij allerminst vrijuit.



Bas Belder, historicus














































237 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
 
israelnieuws