'München' - een column van Rob Fransman
- Rob Fransman
- 17 feb
- 2 minuten om te lezen

Foto Rob Fransman
We waren een weekendje in München. Toevallig was heel hotemetoot Europa daar ook, niet zoals wij voor een paar gezellige dagen, maar voor het bijwonen van de jaarlijkse veiligheidsconferentie. Wij merkten pas dat die precies in “ons” weekend gehouden werd toen we een hotelkamer bestelden. Die was er wel, helaas alleen maar voor drie keer de normale prijs. We gingen toch want we verheugden ons op een verjaardagsfeestje met de familie. Nu genoeg over privé.
In alle toeristensteden doen toeristen hetzelfde. Dus wat we in Amsterdam wel uit ons hoofd laten, deden we hier wel: op zaterdagmiddag wandelen door het centrum. En zo kwamen we natuurlijk terecht op de Viktualienmarkt, Münchens vreetschuur, maar dan beschaafd. Dat vereist enige uitleg. Letterlijk huis aan huis is daar eten te koop. En uiteraard bier, heel veel bier. Praktisch iedereen eet iets. Nergens zag ik zo veel mensen op straat eten als hier. Aan de staantafels bij ieder stalletje, of lopend op straat. Natuurlijk de Weisswurst, de trots van Zuid-Duitsland, maar ook patat, halve kippen en alle denkbare soorten fastfood. Eigenlijk viel me dat niet eens op. Logisch dat met zo’n groot aanbod en al die geuren mensen honger krijgen. Maar ik miste iets en ineens wist ik wat dat was. Mijn Amsterdamse achtergrond had het eigenlijk meteen moeten opvallen. Al die mensen daar waren aan het eten en er lag geen kruimeltje op straat. Geen fritesbakje, geen plastic, geen eten en zelfs geen servetje.
“Wat is het hier schoon!” zei ik tegen mijn kleinzoon,” zeker voor iemand die uit Amsterdam komt.” Hij had een simpele verklaring. “Hier doen de toeristen wat de inwoners doen. En die gooien hun hun rommel gewoon in de afvalbak. En als die vol is wordt die geleegd. En er wordt gehandhaafd. In Amsterdam doen de toeristen ook wat de inwoners doen. Dus gooien ze hun rommel op straat.” Ik was er even stil van.
Zaterdag was ook de dag van het internationaal protest tegen de Iraanse ayatollahs. In Amsterdam namen zo’n tweeduizend mensen de moeite om naar de Dam te komen. In München namen maar liefst een kwart miljoen mensen deel aan de demonstratie. Waarmee bewezen is dat er in Nederland alleen massaal gedemonstreerd wordt als Israël in de verdomhoek kan worden gezet. Dan komen de in rood geklede horden. Veertigduizend onschuldige slachtoffers van het Iraanse regime interesseert de Gutmensch geen barst. No Jews, no news, nietwaar?
In het vliegtuig naar huis zat ook de PvdA-delegatie die de vredesconferentie had bijgewoond. Vergezeld door wat journaille waren ze voornamelijk luidruchtig. ‘Kijk ons eens belangrijk zijn’ Precies één rij voor ons zat Kati Piri. Waarmee bewezen is dat blikken niet kunnen doden. Anders waren er wel brandgaten in haar stoelleuning geweest.





Opmerkingen