• Joop Soesan

'Nuttige lessen Israël voor Europese terreurbestrijding', tweede deel interview met Bart Collard


YAMAM - Israel's Counter Terrorism Unit. Screenshot YouTube


Dit is de tweede en laatste aflevering van een achtergrondgesprek dat historicus Bas Belder had met opsporingscriminoloog Bart Collard, die zegt dat in Nederland de rol van ideologie bij terrorisme wordt onderschat of misschien wel wordt weggemoffeld.


Onderzoeker Marcel Serr plaatst de westerse en Israëlische aanpak van terreurbestrijding tegenover elkaar. Terwijl de westerse wereld inzet op het winnen van de “hearts and minds” van de bevolking om rekrutering en hulp/steun aan terroristen te reduceren, zet Israël in op “shoot their hearts and blow their minds”, ofwel schakel primair terroristen uit.

Welke vorm van contraterrorisme acht u effectiever? En hoe wordt thans in Israël over dit cruciale veiligheidsvraagstuk gediscussieerd respectievelijk onderzoek gedaan?


Collard: Ik ben voorstander van een gecombineerde aanpak. Het is de omgekeerde wereld als je potentiële terroristen zelf een alternatief voor terrorisme moet bieden, maar het kan helpen om doden of gewonden te voorkomen. Belangrijk is dan echter wel dat je weet dat je terrorisme niet in de hand werkt met die alternatieven. Ook Nederland kent voorbeelden van jongerenwerkers of ‘radicalisering experts’ die vanuit die functies ronselden voor islamisme.


De grens moet echter duidelijk zijn: terrorisme wordt niet getolereerd. Daarom moet primair worden ingezet op een politionele of militaire aanpak. Deze vorm van aanpakken is zowel preventief als repressief.


Maar, en dat wordt soms onderschat, al deze aanpakken beginnen met intelligence. Intelligence maakt dat je kunt bepalen welke aanpak waarschijnlijk effect zal hebben. Het helpt om betere operationele en beleidskeuzes te maken.


Daaraan draagt ook wetenschappelijk onderzoek bij. In dat kader vind ik vooral het werk van de Israëlische contraterreur expert Boaz Ganor noemenswaardig. In zijn onderzoek werkt Ganor rechterlijke uitspraken of militaire richtlijnen uit tot heldere stappenplannen voor toekomstige operaties. Door het gebruik van overzichtelijke schema’s en scherpe analyses maakt hij complexe problemen inzichtelijk. Erg handig.


Ook denk ik dat in Nederland de rol van ideologie bij islamitisch terrorisme wordt onderschat of misschien wel weggemoffeld. De bronnen van de islam bieden een legitimering – in de ogen van de terroristen zelfs een verplichting – voor terrorisme. Bij radicalisering spelen sociologische of psychologische factoren ongetwijfeld een rol, maar die gezaghebbende teksten ook. Door gewelddadige Koranteksten of een hadith zoals die over de moord op dichter Ka’b ibn al-Ashraf die de profeet beledigd zou hebben, biedt islam een heilige legitimering voor geweld, aldus de terroristen. Geweld wordt dan een goddelijk bevel.

De 72 maagden – of zoals Christoph Luxenberg stelde: 72 druiven – in het paradijs vormen de ultieme beloning voor Allah’s dienaar. Het leidt tot het jihadistische adagium: ‘We love death as you love life.’ Nederlandse auteurs als Paul Cliteur, Afshin Ellian en Ronald Sandee waarschuwen al vele jaren voor de rol van de islamistische ideologie. Maar het beeld van gedepriveerde moslims die door de westerse samenleving tot terrorist worden gemaakt, overheerst in de wetenschap en media. Dader- en slachtofferschap worden dan vermengd; alsof wij zelf schuld hebben aan het terrorisme dat tegen ons plaatsvindt.


Enkele ervaringen van Israël bij terreurbestrijding geeft Marcel Serr mee als lessen voor Europa. Kort samengevat: rekruteer informanten (vluchtelingen!) in gevaarlijke bewegingen (in eerste instantie in islamitisch spectrum); informatiedeling tussen veiligheidsdiensten; combineer offensieve antiterreur instrumenten ter neutralisering van terroristen met defensieve maatregelen ter bescherming van burgerbevolking, waaronder fijnmazige grenscontroles ter inperking van mobiliteit van terroristen.

De juiste lessen? Of andere (aanvullende) aanbevelingen?


Collard: Hier ben ik het mee eens. Het sluit eigenlijk aan bij hetgeen ik hiervoor al heb gesteld. Ik ben vooral een voorstander van de combinatie van verschillende typen aanpakken.


De internationale informatiedeling lijkt nog beter te kunnen. Soms duurt het te lang voordat informatie wordt gedeeld, en soms vindt informatiedeling helemaal niet plaats terwijl dat wenselijk is.


In Europa kan het grensbeleid nog aanzienlijk beter. Bewaken de landen die aan de buitengrenzen van het Schengengebied liggen, die buitengrenzen in voldoende mate? Vinden er voldoende controles plaats bij de binnengrenzen? Wordt Frontex op de juiste wijze ingezet? Het is naïef om te denken dat er geen terroristen mee bewegen in de huidige vluchtelingenstroom uit Afghanistan.


U vraagt om aanvullende aanbevelingen:


1) Kom in elk geval in Nederland tot algemene overheids definities en zorg dat die zo duidelijk mogelijk zijn; met zo weinig mogelijk ambiguïteit. Nu hanteren de politie, de AIVD en NCTV verschillende definities van extremisme en terrorisme. Hoe kun je effectief samenwerken bij de bestrijding van extremisme als je het niet eens ben over wat extremisme is. Men schijnt daar nu overigens mee bezig te zijn.


2) Draai niet om de ideologische component van islamitisch terrorisme heen, maar benoem de situatie zoals het is. Durf te benoemen hoe de gezaghebbende teksten van de islam een legitimering voor excessief geweld bieden. Zonder een adequate diagnose kun je geen treffende behandeling bieden. Als het probleem geworteld zou zitten in de islam, zoals Bassam Tibi stelt, dan dien je een alternatief ideologisch narratief te bieden. Radicale moslims aan een baan helpen werkt dan onvoldoende.


Nog even terug naar Marcel Serr: de Duitse wetenschapper is zich welbewust dat deze lessen “allereerst hard en wellicht deels zelfs onaanvaardbaar” zullen klinken in Europese oren: “Echter, terroristen houden zich niet aan regels of morele grondwaarden. Integendeel: zij misbruiken die tot hun voordeel door de burgerbevolking in het vizier te nemen of als menselijk schild te misbruiken. Terreurbestrijding door/in democratieën wordt daarom steeds met het dilemma geconfronteerd om veiligheid en rechtsstaat in evenwicht te moeten houden. Tot de primaire taken van een staat behoort evenwel de ongedeerdheid van zijn burgers te waarborgen. Tegen de achtergrond van de Shoa geldt dit voor Israël in een bijzondere mate. Echter, met het stijgende getal van aanslagen zullen wel ook in Europa’s staten de veiligheidsaspecten sterker naar voren schuiven.”

Serr schreef dit in 2016. Hoe waardeert u deze afweging als contraterrorisme-onderzoeker in 2021?


Collard: Mee eens. Zoals hij schrijft, is het problematisch dat dergelijke aanbevelingen ‘hard’ of ‘onaanvaardbaar’ klinken. Zo vreemd is uw opsomming van Serr’s maatregelen niet, toch? Als we die maatregelen ‘hard’ vinden, dan vraag ik me af: begrijpen we wel goed waar terrorisme over gaat? Bij terrorisme wordt getracht om de politieke orde te vernietigen – en onze vrijheden daarbij inbegrepen - wat gevolgen heeft voor de levens van alle burgers.


Serr heeft gelijk wanneer hij stelt dat terroristen zich niet aan morele grondwaarden houden. Willens en wetens worden burgers vermoord, of inderdaad, zoals Hamas doet, gebruikt als menselijk schild. In het geval van islamitisch terrorisme vindt die terreur plaats uit naam van Allah, als een goddelijk bevel.

Terrorisme mag niet getolereerd worden; het moet actief worden bestreden. Daarom is een combinatie van preventieve maatregelen, politiële en militaire acties en intelligence operaties nodig.


Islamisme streeft een wereldwijde politieke orde op basis van de islamitische wet na. Bassam Tibi onderscheidde twee vormen van islamisme: institutioneel islamisme en jihadisme. Jihadisme uit zich in de gewapende strijd. Institutioneel islamisme verschilt slechts van jihadisme in dat het primair geweldloos is. Daarom ligt de grootste uitdaging voor Europa primair bij het institutionele islamisme. Bij hen die zich beroepen op de grondrechten in onze open samenleving om intolerantie te verspreiden. Om die open samenleving te vernietigen, maar zonder daarbij geweld te gebruiken.


Het “terreurnest” (kop NZZ) Afghanistan is teruggekeerd onder de ‘hoede’ van de Taliban?

Welke implicaties voorziet u qua globale jihad in het algemeen en voor Israël in het bijzonder?


Collard: De globale jihad floreerde onder de invloed van Abdallah Azzam, die ook wel als de spirituele mentor van Osama bin Laden wordt gezien. Azzam bouwde voort op de werken van de Moslimbroeders Hassan al-Banna en Sayyid Qutb. De technologische ontwikkelingen na Azzam’s dood in 1989, met name het internet, zorgden voor een stroomversnelling in de verspreiding van jihadisme. De Taliban hebben in Afghanistan een veilige haven geboden voor Al Qaeda, ook na de terroristische aanslagen van 9/11. Of dat nu, met de Taliban opnieuw aan de macht, wederom gaat gebeuren is gissen. Maar met een machthebber als de Taliban, die een strenge versie van de sharia hanteert, is het niet onwaarschijnlijk dat de jihad wederom gaat floreren. Dat zou dan uiteindelijk kunnen leiden tot terrorisme tegen Nederland, al dan niet door via het internet op te roepen tot aanslagen. Denk aan Jawed Sultani en Junaid Iqbal. Maar vooral voor Israël is het gevaarlijk wanneer terreurorganisaties ruimte krijgen onder de heerschappij van de Taliban. Israël is een doorn in het oog voor deze organisaties, waardoor een nieuwe golf van geweld dan niet onwaarschijnlijk is.

























148 keer bekeken0 reacties