israelnieuws israelnieuws
 
  • Joop Soesan

'What’s in a name?' - een nieuwe column van Simon Soesan



Wat hebben Yasser Feras, Firouz Alida Chaouqui en Sigrid Al-Qaq gemeen? Ze willen alle drie niet dat u hun werkelijke naam zult weten. Misschien schamen ze zich ervoor, misschien denken ze dat ze met een mooie Hollandse naam meer kans maken om geaccepteerd te worden – ik weet het niet en ik wil het ook niet weten: ze verloochenen hun afkomst, hun identiteit en zijn a priori dus leugenaars.


Want Jesse Klaver, Vera Bergkamp en Sigrid Kaag: dat klinkt toch veel Hollandser?

In 1276 was er een grote pogrom in de stad Shushan, destijds de hoofdstad van Perzië. Duizenden Joden vluchtten weg. Deze Joden waren de afstammelingen van de 10 Joodse stammen, die Koning Choresh als straf als vazallen had meegenomen naar Perzië.


Ze vluchtten per voet, uiteraard. Men besloot naar het westen te vluchten. Na een anderhalf jaar zwerven kwamen de duizenden Joden aan in Marokko. Daar zochten ze contact met de Joodse gemeente, die uiteraard wilde weten waar al deze Joden vandaan kwamen. “Wij zijn de mensen uit de stad Shoshan.”, kregen ze te horen. Al gauw waren de vluchtelingen bekend onder de naam “de mensen uit Shoshan”, in het Hebreeuws: B’nei Shoshan.

In de jaren daarna kwamen er creatieve veranderingen in deze naam, die al gauw een familienaam werd: Ben Shoshan, Shoshan, Shushan.


Toen de eerste van onze familie in 1537 in Nederland aankwam, David Shushan, was het duidelijk dat de Nederlanders zijn naam niet met gemak uit konden spreken en werd de naam al gauw verbasterd naar Soesan, soms zelfs Susan. Dat we vierhonderd jaar later nog steeds niet als Nederlanders werden gezien, waardoor 337 leden van de families van mijn ouders verraden, verkocht en vermoord zouden worden met – meer dan vrijwillige – hulp van diezelfde Nederlanders, had niemand kunnen voorzien.


Maar kijk, bijna 80 jaar na die oorlog, heten we nog steeds Soesan. En hoewel ik en mijn twee broers allang in Israël wonen, zijn er nog genoeg Soesans in Nederland. Onder onze originele naam. Een naam, die mijn vader met gemak gebruikte als naam voor zijn succesvolle kledingzaken. Een naam waar je je niet voor hoeft te schamen.


Toch vonden Yasr, Alida en Sigrid het nodig hun privéleven en afkomst te verbergen. Sterker nog: Sigrid was schijnbaar zo verliefd en trots op haar echtgenoot (een senior PLO-leider en adviseur van Terreur chef Arafat) dat ze stiekem en in het geheim met hem trouwde. Over eer en trots gesproken.


Maar kijk: in Nederland vindt men dat blijkbaar niet erg. Als je volksvertegenwoordiger wilt worden mag je liegen in Nederland: je kunt liegen over je afkomst, je opleiding – wat je maar wilt, en toch word je gekozen om het volk te vertegenwoordigen. Misschien een Nederlandse afwijking: jokken mag. En hoewel de media dagelijks rapporteren dat de een de waarheid niet sprak, de tweede geen actieve herinneringen heeft en de derde alles gewoon ontkent – ze mogen gewoon doorgaan. Als ik de politiek in Nederland zou willen ingaan, moet ik me dan Pietje Puk, Jan Janssen of Dik Trom moeten noemen?


Genoeg mensen die dit niet doen. En het heel ver schoppen. Ik noem maar een naam: Khadija Arib. Iemand die gewoon onder eigen naam, zonder te jokken zich omhoog werkte en een symbool werd voor integriteit, eerlijkheid.


Maar in een tweede kamer waar het privéleven van de premier problematisch is, maar niet openbaar mag worden gemaakt, waar een minister van financiën terroristen financiert met geld van anderen en waar gestookt, gelogen en complotten mogen worden gesmeed tegen collega’s en het hele volk, in zo een Kamer is geen plaats voor mensen die eerlijk en integer zijn.


Daarom kunt u schreeuwen en boos zijn op Yesse, Vera en Sigrid. Ze horen u niet, want ze bestaan niet. Maar dankzij u kunnen ze u, het proletariaat dat hen verkoos, verachten en in het nauw drukken. Want ze hebben niets met u, ze verstaan u niet.


Shakespeare vroeg al wat een naam eigenlijk betekent. “We kunnen een roos elke naam geven, die zo zoet ruikt.”, laat hij Julia als antwoord geven.


In uw geval moet ik echter iemand die wijzer dan Shakespeare was quoteren: mijn moeder: “Je kunt er warme chocola over gooien, je kunt het met goud beschilderen: maar een drol blijft een drol.”, zei ze graag. En dat hebben Yasr, Alida en Sigrid weer mooi bewezen.


2.126 weergaven4 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
 
israelnieuws