• Joop Soesan

“Alsof je door een meisje wordt geslagen…” - over de vlucht en verdrijving van de Arabische Joden


Vluchtende Iraakse Joden. Screenshot YouTube


Welk verband bestaat er tussen Arabisch/islamitisch antisemitisme en de stichting van de Joodse staat Israël in 1948? Nieuwe literatuur corrigeert een hardnekkige misvatting, sterker nog, een geschiedvervalsing.


Bas Belder zocht het voor u uit en schreef onderstaand artikel.


In recente studies over de vlucht en verdrijving van de Arabische Joden (naar schatting 900.000) komt ook logischerwijs de kwestie van de Jodenhaat in de Arabische en islamitische landen prominent aan de orde.


En dat is van groot belang, stelt onderzoeker dr. Stephan Grigat. Immers juist in het Duitstalige deel van Europa is de veronderstelling wijdverbreid als zou het heersende antisemitisme in de Arabische wereld een resultaat zijn van de stichting van de staat Israël en het daaruit voortvloeiende Midden-Oostenconflict.


De studie van de Franse historicus en Shoa-expert Georges Bensoussan “Die Juden der arabischen Welt – Die verbotene Frage” weerlegt deze pertinent onhoudbare zienswijze op grond van een ware vloed aan historische bronnen op overduidelijke en overtuigende wijze. Precies de anti-Joodse tradities en attitudes in de Arabische/islamitische wereld culmineren in Arabisch/islamitisch antisemitisme en maken dat juist tot één van de hoofdoorzaken van het conflict.


Primair bronnenmateriaal over de positie van de Arabische Joden toont aan dat het in Europa zo hoog geprezen tolereren van de Joden in de Arabische wereld als “dhimmi’s” (“beschermden”) in essentie om een “tolerantie” ging “die uit verachting bestond”. En die bovendien al lang voor 1948 steeds weer leidde tot bloedige vervolging.


Op grond van koloniale archieven, verhalen/verslagen van reizigers, rapporten van militairen en artsen, getuigenissen van leraren komt historicus Bensoussan tot een vaste conclusie: “De alomtegenwoordigheid van vrees beheerst de geschiedenis van alle Joodse gemeenten op Arabische bodem.”


Op z’n laatst tijdens de Tweede Wereldoorlog was het grote delen van de Arabische Joden duidelijk in welke positie zij zich bevonden: het maakte voor de islamitisch gestempelde meerderheidsbevolking in de Arabische landen niet noemenswaardig uit hoe zij zich als Joden opstelden tegenover het zionisme.


Of de Joden in Syrië en Irak zich luidkeels aansloten bij het Arabische antizionisme, of zoals in Egypte keer op keer hun loyaliteit betuigden, of zich, zoals deels in Tunesië en Libië, openlijk achter de zionistische zaak stelden, of, zoals vaak in Algerije de zijde van de koloniale macht kozen vanwege het karakter van het Arabische nationalisme…, het hielp hen niet.


“Op het eind deelden zij allen een gelijk lot en besloten te emigreren of te vluchten uit hun geboortelanden”, concludeert Norman A. Stillmann in zijn studie “The Jews of Arabs Lands in Modern Times”.



Voor de Arabisch/islamitische verachting van de Joden was de stichting van de Israëlische staat waarlijk niet noodzakelijk. Dat historische feit fungeerde veel meer als ferment voor de transformatie van deze traditionele verachting van de Joodse “dhimmi’s” in een haat jegens de “beschermden” die zichzelf machtigden tot soevereiniteit!!


Hoe ontnuchterend, ja schokkend dat was voor de islamitische wereld heeft de auteur/journalist Matti Friedman glashelder geanalyseerd: “Joden zijn, en zijn altijd vertrouwde figuren/personen geweest in de islamitische wereld. In die wereld werden ze beschouwd als mensen die doorgaans getolereerd konden worden mits zij de heerschappij van moslims accepteerden, maar tegelijk als personen die geen eer bezaten, noch konden vechten. Dat is belangrijk om het gevoel van vernedering in de islamitische wereld te begrijpen om militair verslagen te worden door Israël. Het is een veel hardere en scherpere vernedering dan als moslims de nederlaag te lijden tegen christelijke legermachten. Door Joden te worden verslagen is niet hetzelfde als in gevecht met Engelsen of Amerikanen militair het onderspit te delven. Het is, zoals wij op het schoolplein gewoon waren te zeggen, door een meisje te worden geslagen.”


Waarom raakte de geschiedenis van de vervolging van de Joden in de Arabische wereld zo lange tijd in het Europese vergeetboek? Expert Stephan Grigat wijst daarvoor als hoofdschuldige het linkse intellectuele en politieke spectrum aan, “de hoofdstromingen van het marxisme” die historische vervalsingen colporteerden onder de noemer van “anti-imperialisme”.


Echter, hoe overtuig je linkse intellectuelen/personen van de realiteit van Arabisch/islamitisch antisemitisme? Bijna onbegonnen werk? Je kunt ze in elk geval een spiegel van eigen, onverdacht ideologische makelij voorhouden. Confronteer ze eens met het volgende citaat uit 1854 dat de leefsituatie van Joden in Jeruzalem beeldend beschrijft: “De muzelmannen, die ongeveer een kwart van de hele bevolking vormden en uit Turken, Arabieren en Moren bestaan, zijn vanzelfsprekend in elk opzicht de heren. Niets lijkt evenwel op de ellende en het lijden van de Joden in Jeruzalem, die de smerigste plekken van de stad bewonen, zij zijn onophoudelijk het voorwerp van muzelmaanse onderdrukking en onverdraagzaamheid.”


Laat linkse intellectuelen/personen vervolgens eens raden van wie dit citaat afkomstig is. En verras ze –bij zwijgen of fout antwoord- met een klinkend “Karl Marx!” Dat alles in het welbekende kader van “ken uw klassieken”.


Bas Belder, historicus



178 keer bekeken0 reacties