top of page
  • Bas Belder

Gesprek met Raouf Leeraar van het CIDI: “Maak verheerlijking van Hamas terreur strafbaar"


Foto CIDI


Een apathische houding tegenover Joden- en Israël haat leidt slechts tot apathische antwoorden, stelt Raouf Leeraar (stafmedewerker CIDI) in gesprek met Israel Nieuws. “In actie komen is de enige oplossing en dat met zoveel mogelijk mensen!”

Op de gruwelmoorden van Hamas op weerloze Israëlische burgers (7 oktober) volgden ook in ons land luidruchtige, zo niet hoogst intimiderende pro-Palestijnse demonstraties.


Wat deed en doet dat grosso modo met de zeer kleine Joodse gemeenschap in Nederland?


Raouf Leeraar: Ja dat is natuurlijk ontzettend beangstigend. Al snel kwamen er beelden binnen van de gruweldaden van Hamas. Om dan nog te zien dat er duizenden mensen de straat op gaan om het Palestijnse ‘verzet’ te steunen, is heel beangstigend voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Demonstreren is een grondrecht in onze democratie en dat moet ook altijd gewaarborgd blijven. Zodra echter deze demonstraties gepaard gaan met verheerlijking van geweld, terreur of het oproepen tot geweld, dan moeten de handhavende partijen keihard ingrijpen. Veel politici zijn altijd vol van hun afschuw over antisemitisme en dat het anno 2023 in Nederland niet meer moet kunnen. Het is tijd om dat ook te laten zien. Daarnaast weet ik ook dat één van de partijen, die kandidaat is voor de nieuwe coalitie, een wetsvoorstel klaar heeft liggen om verheerlijking van terreur strafbaar te maken. Een stap in de goede richting, maar de handhaving speelt hierbij een cruciale rol, zeker als het om demonstraties gaat.


Wat deed en doet dat specifiek met Joodse docenten en studenten?


Raouf Leeraar: Er zijn op verschillende universiteiten in Nederland vreselijke dingen gebeurd. De folder van Students for Palestine van de Universiteit Leiden springt daarbij natuurlijk in het oog. Deze folder werd in eerste instantie op 8 oktober op het Plein in Den Haag verspreid door de organisatie, met Evalien Stapper als voortrekker. Daarna is de folder ook verspreid op universiteitsterrein en van beide momenten hebben wij foto’s. Ik kan me heel goed voorstellen dat je als Joodse of Israëlische student ontzettend bang wordt als er een grote groep mensen de gruweldaden van Hamas steunt. Ik ken Joodse studenten die gestopt zijn met hun studie, omdat ze zich niet meer veilig voelen, maar ook docenten die inmiddels bereid zijn om welke brief dan ook te ondertekenen om er voor te zorgen dat er iets aan wordt gedaan. En hier ontbreekt het dus ook echt aan. Dat zien we op verschillende universiteiten gebeuren, maar de apathische houding van de bestuurders is heel ernstig te noemen. Al voor 7 oktober zijn de bestuurders van de Universiteit Leiden, onder aanvoering van Annetje Ottow, herhaaldelijk geattendeerd op de agressieve en intimiderende houding en activiteiten van Students for Palestine. Het enige wat de universiteit heeft gedaan, is het uitspreken van afkeuring over de folder en niet geautoriseerde evenementen. Verder gebeurt er niets. Op geen enkele manier wordt deze groep iets in de weg gelegd en zij mogen dan ook zoveel bijeenkomsten houden als ze willen onder het mom van ‘teach-ins’. Ze hebben het zelfs voor elkaar gekregen dat er geen beveiliging meer bij hoeft . Die was in eerste instantie nog wel aanwezig, maar op recentere activiteiten niet. Het College van Bestuur is hier schuldig aan en beschermt, willens en wetens, niet zijn Joodse en Israëlische studenten en docenten. Een schande voor de erfenis van Van Cleveringa.


Heerst er daardoor een angstsfeer?


Raouf Leeraar: Bij sommige mensen zeker en die probeer ik zo goed mogelijk te ondersteunen. Het is echt verdrietig om te zien dat universiteiten in Nederland anno 2023 geen veilig plek meer kunnen bieden aan Joodse mensen. Bestuurders staan erbij en kijken er naar. Dan wordt er weer een vertrouwenspersoon hier voor opgericht en dan weer een meldpunt daar voor, maar er wordt niet ingegrepen. Er bestaat geen zero tolerance beleid ten aanzien van antisemitisme, terwijl dat wel zo zou moeten zijn. Bestuurders moeten ook begrijpen dat pappen en nathouden niet werkt en dat academische vrijheid geen vrijbrief mag zijn voor hatelijke activiteiten.


Vanuit de Joodse gemeenschap klinken ook stemmen om eigen leed, gevoelens van vervreemding en eenzaamheid vanwege publieke uitingen van Jodenhaat, vooral niet naar buiten te brengen (media!). Dat zou alleen maar contraproductief werken. Hoe kijkt u tegen deze houding, argumentatie aan?


Raouf Leeraar: Ik begrijp dat er angst is en dat mensen zichzelf en hun dierbaren willen beschermen, maar als wij niets doen, dan verandert er ook niets. Dus ik vind dat iedereen naar buiten moet treden en zich moet laten horen. Alleen dan kunnen we echt iets veranderen. Ik doe dat al vanaf 7 oktober en ik zal dat blijven doen op wat voor manier dan ook. Mensen moeten juist begrijpen dat een apathische houding ook alleen maar apathische antwoorden krijgt. In actie komen is de enige oplossing en dat moeten we met zo veel mogelijk mensen.


Hebt u na de recente Kamerverkiezingen hoop op een nieuwe regering die tegen de demonisering van de Joodse staat en het Joodse volk in de publieke ruimte (voorop de media) gaat optreden? Trouwens niet minder een taak voor de nieuwe Tweede Kamer!


Raouf Leeraar: Hoop heb ik zeker. De winnende partijen in deze afgelopen verkiezingen hebben de strijd tegen antisemitisme hoog op de prioriteitenlijst staan en dat stemt hoopvol. Ook is de steun voor Israël niet in het geding als de winnende partijen er daadwerkelijk in slagen om een coalitie te vormen. Vanuit dat oogpunt ziet het er goed uit. Ook vanuit de Kamer ligt daar een belangrijke taak. We zien helaas in de afgelopen decennia een steeds duidelijker wordend schisma in de Nederlandse en Europese politiek, waarbij politiek links zich steeds kritischer opstelt ten aanzien van Israël en politiek rechts juist meer steun verleent. Al ligt dat op de extreme rechterflank ook net weer anders. Over het algemeen zien we wel op de linkerflank dat naarmate we opschuiven naar links, de kritiek op Israël, de steun voor de Palestijnen en in het geval van DENK, ook steun voor Hamas, steeds groter wordt. Kritiek is goed en gezond in een democratie en dat moeten we koesteren en blijven doen. Alleen dan komen wij als samenleving echt vooruit. Waar we wel van af moeten, zijn hatelijke leuzen; from the river to the sea en andere kreten die willens en wetens worden gebruikt om Isrl te demoniseren. Daar ligt een belangrijke taak voor de overheid. Maak het strafbaar en zorg voor voldoende handhaving. Alleen dan kunnen we echt stappen maken.


Nog even terug naar het academische domein. Wat dient er volgens u te gebeuren voor een herstel van werkelijke academische vrijheid, in het bijzonder voor Joodse docenten en studenten?


Raouf Leeraar: Die oplossing is helemaal niet zo moeilijk. Alle universiteiten moeten de IHRA-definitie van antisemitisme aannemen, niet in de laatste plaats, omdat juist die definitie door veel academici en andere experts als legitiem wordt beschouwd. Iedere vorm van antisemitisme kan dan worden getoetst aan de definitie. Indien er werknemers of studenten zijn die deze regels, dan wel in de werksfeer, dan wel in privésfeer overtreden dan rest er nog maar één ding: royeren, ontslaan of studiemogelijkheden ontzeggen. Dus ja, zo moeilijk is het niet, maar de Colleges van Bestuur zijn altijd bang om hun vingers te branden. Echt onbegrijpelijk.


U bent een ervaringsdeskundige, in meerdere opzichten. Deed dienst in het Israëlische leger, hebt veel contacten in de Israëlische samenleving, deed Midden-Oostenstudies in Groningen.


Worden naar uw bevinding de geschiedenis en samenleving van de Joodse staat momenteel academisch recht gedaan op Nederlandse universiteiten, bijvoorbeeld qua inhoud colleges, literatuurlijsten? Kortom, wat valt er hier te verbeteren, mogelijk zelfs met urgentie?!


Raouf Leeraar: Dat vind ik een mooie vraag. Tijdens mijn eigen studie werd daaraan wel degelijk veel aandacht besteed en ook op een gebalanceerde manier. Er was wel een professor met wie ik, laten we het subtiel zeggen, een meningsverschil had, maar voor de rest kan ik niets anders dan complimenten geven aan de afdeling Midden-Oosten Studies van de RUG en dan met name aan Kiki Santing en Pieter Nanninga voor hun open houding.


Voor de rest heb ik te weinig zicht op het lesmateriaal van andere universiteiten, maar ik geloof dat er op iedere plek goede mensen zitten, die genuanceerd een verhaal willen vertellen, waarbij er ruimte is voor een veelvuldigheid aan meningen, ook als die niet populair zijn. Ik denk wel dat er meer aandacht besteed moet worden aan het conflict tussen Israël en de verschillende groepen Palestijnen. Maar daar ligt misschien ook een mooie taak voor mezelf of voor het CIDI. Dat is alleen wel iets voor de langere termijn.


Bas Belder, historicus


386 weergaven2 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page