Moeilijkheden met fondsenwerving en antisemitisme: Israƫlische hulporganisaties stuiten op toenemende afwijzing in het buitenland
- Joop Soesan
- 2 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Israƫlische humanitaire hulpverleners van de Monday-organisatie in Oeganda. Foto Ynet
Israëlische organisaties die actief zijn in conflictgebieden in Afrika, Azië en Oekraïne melden een scherpe daling van partnerschappen en donaties sinds 7 oktober. Tegelijkertijd leiden toenemende politieke druk en antisemitisme ertoe dat sommigen hun Israëlische identiteit proberen te verbloemen, schrijft Ynet.
Volgens een onderzoek van SID-Israel, de overkoepelende organisatie van de Israƫlische beroepsgroep voor internationale ontwikkelingshulp en humanitaire hulp, heeft zestig procent van de Israƫlische hulp- en ontwikkelingsorganisaties die internationaal actief zijn, sinds het uitbreken van de 'Zwaarden van IJzer' te maken met een verminderd vermogen om fondsen te werven.
De organisaties zijn actief in ontwikkelingslanden en conflictgebieden in Afrika, Azië en het Caribisch gebied, en sinds het uitbreken van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne ook in Oekraïne.
Uit het onderzoek bleek dat ongeveer 40% van de organisaties een afname van internationale partnerschappen meldde, terwijl meer dan een derde te maken kreeg met bedreigingen en in sommige gevallen zelfs met de daadwerkelijke beƫindiging van samenwerkingsprojecten.
Het onderzoek, uitgevoerd onder 20 organisaties, bedrijven en vertegenwoordigers van academische programma's in Israƫl en daarbuiten, schetst een verontrustend beeld van de impact van de oorlog in Gaza op de sector. Het wijst op aanzienlijke schade aan de operationele capaciteit, fondsenwerving en langetermijnplanning, naast toenemende politieke druk, uitingen van antisemitisme en een groeiend gevoel van isolement op het internationale toneel.
Ongeveer de helft van de organisaties gaf aan dat de oorlog de aard en omvang van hun relaties met buitenlandse partners heeft beĆÆnvloed. De ernstigste gevolgen waren voor de middelen en fondsenwerving. Zestig procent meldde schade aan hun vermogen om donaties of investeerders te werven, en ongeveer de helft noemde een daadwerkelijke, soms scherpe, daling van de donaties in het afgelopen jaar.
Meer dan een derde gaf aan dat de verlenging van meerjarige subsidies minder zeker is geworden, waardoor hun mogelijkheden om langetermijnprojecten te plannen aanzienlijk worden ondermijnd.
Internationale kritiek en bezorgdheid over vijandige reacties hebben geleid tot veranderingen in de werkwijze. Ongeveer 40% van de organisaties gaf aan dat ze gedwongen waren hun presentatie van het werk aan te passen, bijvoorbeeld door universele humanitaire waarden te benadrukken of door hun Israƫlische identiteit te vervagen.
Anderen meldden dat ze partnerschappen verzwegen, hun publieke zichtbaarheid verminderden en gezamenlijke initiatieven annuleerden, met name met partners in landen waar de betrekkingen sinds het begin van de oorlog verslechterd zijn.
Bijna 60% van de organisaties meldde anti-Israƫlische of antisemitische incidenten te hebben meegemaakt, hetzij persoonlijk, hetzij onder collega's. Medewerkers en vrijwilligers beschreven een afname van hun gevoel van persoonlijke veiligheid en angst om in het veld te werken.
In sommige gevallen meldden organisaties het vertrek en de ontslagen van werknemers. Meer dan een kwart van de respondenten gaf aan dat ze in het kader van hun werk werden ondervraagd over of verplicht werden om politieke standpunten over de oorlog in te nemen.
Om hun activiteiten voort te zetten, meldden organisaties dat ze middelen verschoven naar activiteiten binnen Israƫl en meer afhankelijk werden van binnenlandse donaties.
"De oorlog heeft uitdagingen gecreƫerd voor Israƫlische organisaties en bedrijven die actief zijn in internationale ontwikkelingssamenwerking, maar heeft ook een betrokken, professionele gemeenschap met een groot aanpassingsvermogen aan het licht gebracht," aldus Ayelet Levin Karp, CEO van SID Israƫl.







