• Joop Soesan

"Westerse relativering politieke islam, is pijnlijk en niets nieuws zegt" Iranexpert Keyvan Shahbazi


Keyvan Shahbazi. Foto Jelmer de Haas


Wie zicht wil krijgen op het ontstaan, de ontwikkeling en de aard van de Islamitische Republiek Iran, kan niet om ervaringsdeskundige Keyvan Shahbazi heen.

In 1983 vluchtte hij uit Iran. Shahbazi is vandaag als cultureel psycholoog verbonden aan de Politieacademie. Eind augustus verschijnt van zijn hand “De Amerikaan van Karadj” bij uitgeverij Atlas Contact. Bas Belder had een gesprek met de auteur.


Kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten over inhoud en strekking van uw boek?


Shahbazi: ‘De Amerikaan van Karadj’ is gebaseerd op mijn persoonlijke ervaringen. Ik heb het in een romanvorm geschreven met een aantal fictietechnieken als dragers van het verhaal. Een klein verhaal van een jongen en zijn familie tegen de achtergrond van een grote geschiedenis. Het geeft een realistisch beeld van de vorming van de islamitische republiek in Iran: feitelijk de geboorte van de politieke islam in de moderne tijd.


Is het boek soms ook een tegengif voor alle westerse relativeringen en wegkijken van het binnen- en buitenlandse gevaar dat van de Islamitische Republiek Iran uitgaat?


Shahbazi: De westerse relativering van de politieke islam is een zeer pijnlijk feit en het is niets nieuws. Khomeini kon in 1979 in Iran de macht grijpen juist door deze houding in het Westen. De toenmalige Amerikaanse president, de Democraat Jimmy Carter, bleek niet in staat de ware aard van het islamisme van Khomeini te doorgronden. Hij dacht buiten de Sjah om met hem zaken te kunnen doen. William Sullivan, de ambassadeur van Carter in Teheran, noemde de ayatollah ‘een Gandhi’. En Andrew Young, de VN-ambassadeur van Carter, bejubelde Khomeini als ‘een heilige, een sociaal-democratische heilige’.


Niet beter was het gesteld met de inschatting van Khomeini door diverse Europese intellectuelen…


Shahbazi: Ongehinderd door enige kennis van de islam of het Midden-Oosten gingen tal van verdwaasde westerse links-intellectuelen applaudisserend op audiëntie bij Khomeini en schreven ze juichende artikelen. Ter ondersteuning van de ayatollah organiseerde de Franse Parti Socialiste op 23 januari 1979 een manifestatie in de Parijse Maison de la Chimie. En passant schreef de filosoof Jacques Madaule: ‘Zijn beweging opent de deur naar de toekomst van de mensheid.’ Zelfs nadat Khomeini de macht had overgenomen in Iran en het moorden was begonnen, bezochten Jean-Paul Sartre, Paul-Michel Foucault en de dichter Jean Genet Teheran. Toen de homoseksuelen op de pleinen werden opgehangen, prees de homoseksuele Genet Khomeini ‘omdat hij het had aangedurfd het op te nemen tegen het Westen’. In de optiek van deze links-intellectuelen zou de komst van imam Khomeini een ‘grote verbetering’ zijn ten opzichte van ‘de verwoestingen van het uiteenvallende kapitalisme’. Zo groot was hun haat tegen het Westen: tegen zichzelf.


U hebt gruwelijke herinneringen aan de Islamitische Republiek Iran. Op uw 17e wachtte een martelbank, u doorstond schijnexecuties, u zag homoseksuelen op straat aan de galg hangen. Hoe werd u politieke dissident en vervolgens balling?


Shahbazi: Ik heb iets gemeens met alle andere dissidenten in de geschiedenis. Ik kan niet om mijn persoonlijk belang de andere kant op kijken, mijn mond houden omdat het te gevaarlijk is. Dissidenten zijn, zoals mensen vaak denken, geen ‘leuke gezellige mensen’. Wat recht is, is recht en wat krom is, is krom. We kunnen niet doen alsof. Daarom passen we ook niet in een dictatuur, dan komen we in zware problemen. Bij mij begon het op de middelbare school al. Ik vond angst geen reden om je mening niet te uiten, of een ‘verboden’ boek of krant niet te hebben. Zeer onverstandig natuurlijk, maar als ik het opnieuw zou mogen doen, zal ik geen andere keuzes kunnen maken.


Trouwens, tussen haakjes, ik las dat u uit de Islamitische Republiek vertrok met de gedachte over twee maanden weer terug te zijn… Vanwaar dit idee? Hunkert u nog altijd naar een terugkeer naar Iran? Dat zou dan wel een ‘regime change’ in Teheran veronderstellen.


Shahbazi: In 1983 verwees Vluchtelingenwerk mij naar een gespecialiseerde arts om voor mijn asielaanvraag vast te kunnen stellen dat ik was gemarteld. Hij zei tegen mij: ‘Pak je koffers uit, ik heb gezien hoe Chileense en Argentijnse vluchtelingen jarenlang met gepakte koffers zaten te wachten tot ze weer terug konden, terwijl het leven aan ze voorbijging. Maak die fout niet en pak die koffers uit.’ Toch heeft het vijf jaar geduurd tot ik me er overheen zette om een cursus Nederlands te gaan volgen. Daarmee accepteerde ik dat mijn toekomst misschien hier lag en niet meer daar. En nu in 2021 is er weinig meer om naar terug te gaan. Nederland is mijn land geworden.


Volgende week deel twee van het interview met Keyvan Shahbazi.


Bas Belder was voorheen rapporteur Europees Parlement voor de relaties tussen de EU en Iran.



243 keer bekeken0 reacties