Zes notities een column van Rob Fransman

In het buurtcafé kwam ik een kennis tegen. “Je schrijft niets meer,” zei hij, half vragend, half constaterend. “Geen zin,” antwoordde ik. Het kwam er norser uit dan ik bedoelde. “Hoezo geen zin?” Ik antwoordde iets vaags over andere dingen te doen en zo en stapte vlug over naar een ander onderwerp.
Ik heb natuurlijk helemaal niets anders te doen. Ik schrijf graag over wat me het meeste bezighoudt: het Nederlands Joodse wereldje en de staat Israël. En over beide onderwerpen is weinig positiefs te melden. Over negativisme is natuurlijk wel veel te melden. Onze politici maken er een puinhoop van, zowel hier als in Israël. Voer voor echte columnisten die gelukkig doorschrijven. Ik ben het altijd roerend eens met Bart, Theodor, Nausica, Don Arturio en al die anderen die een scherpe pen paren aan gezond verstand. Maar wat zou ik er nog aan toe kunnen voegen? Dus houd ik me aan het wijze adagium: “als je niets te zeggen hebt, doe dat dan niet hier!”
Maar toch komt er tot mijn verwondering af en toe een nieuwe volger. Dat schept verplichtingen en dan wil ik weer eens wat opschrijven. Er is zoveel waar ik van denk dat er een stukje inzit. Of ik lees iets waar ik me kwaad om maak, ik luister naar een podcast waarin veel waarheid wordt verteld. Soms opent zoiets bij mij een nieuw inzicht en zou ik dat willen delen met de hele wereld. Nou ja, in ieder geval met de mensen die mijn stukjes lezen. Dan begin ik aan een schrijfsel maar de coherente zinnen willen niet komen en geef ik het op. Denk ik, ach laat maar, en speel online een potje bridge. Zo komt mijn tijd wel om. Maar zo in de eerste dagen van het nieuwe Joodse jaar 5787 wil ik toch maar weer eens kwijt wat me bezighoudt. Zomaar wat notities:
Notitie 1
Het ontslag van Theodor Holman gaf me een reden om eindelijk mijn abonnement op Het Parool op te zeggen. En daarmee was meteen de digitale toegang tot alle DPG-bladen verdwenen. Niet erg, ik deed het wel met de T. Maar hoewel het de enige krant is die na de oorlog niet fout is, is me dat toch wat te beperkt. Dus nam ik een digitaal abonnementje op de Volkskrant. Nou, daar heb ik geen spijt van hoor. Wat word ik verwend! Hoe, bedoel je, Joden krijgen geen aandacht? Bij de Volkskrant wel hoor. Iedere dag, letterlijk iedere dag, besteedt de krant wel een paar pagina’s aan Israël, de zionisten, Palestina en, eh, natuurlijk, de genocide. Joden kunnen over alles klagen maar niet over een gebrek aan aandacht.
Notitie 2
Ausgerechnet dit Rosj Hasjana-weekend besteedt de krant maar liefst twee volle pagina’s aan een ellenlange bespreking van het boek van ene Benjamin Moser. De titel? “Niet elke Jood is een zionist.” Moser is het liefje van Arthur Japin en woont in Utrecht. Uiteraard krijgt een boek met zo’n titel een welkom onthaal in Nederland, zeker in de Volkskrant, die er een tekening aan toevoegt waar ik risjes in zie. Een menora met afgebrande stompjes kaars. Eén ernaast. Maar ik zal me wel vergissen. Hoe dan ook, de juichende kritiek stoort me. Moser heeft een aantal Joden gevonden die zich in woord en geschrift tegen het zionisme keerden. Sjonge, er zijn er vast nog wel een paar meer. Welnu, deze zionist gaat het boek niet kopen.
Notitie 3
Joodse studenten en hun rabbijn Janki Jacobs ontvingen met enig vertoon onze speelgoed-premier. Ja, dezelfde Rob Jetten die zich, in een rood bloesje, zo vrolijk liet filmen bij de “rode lijn”-demonstratie. Toen Jetten met zijn partijgenoten paradeerde, werden de gijzelaars in Gaza nog in vreselijke omstandigheden gevangengehouden. Alle media berichtten hoe gezellig het theepartijtje van de studenten met Jetten was. De premier kreeg een mezoeza van Delfts blauw porselein. Toe maar. Ze kregen er wel veel voor terug. Een door AI geschreven verklaring: ‘Joods leven mag gezien worden.’ Wat fijn dat het mag.
Ik begrijp heel goed dat de mensen van het Centraal Joods Overleg af en toe een wit voetje moeten halen bij de landelijke en plaatselijke politiek. De bescherming van onze sjoels maakt het nodig dat Joodse bestuurders soms moeten knipmessen. Dat doen ze dan ook met overgave, zie ook de bezoekjes (overleg heet dat) aan Halsema. Maar de studenten en Jacobs hadden de deur voor Jetten stijf dicht behoren te houden. Zeker in dezelfde week waarin D66 import uit een gedeelte van Israël strafbaar maakt. “Alleen uit Samaria en Judea,” zegt u. Ja, nog wel. Maar als het aan D66 en Pro ligt, komt er een totale boycot. Ik word er erg chagrijnig van, maar dan denk ik: ach, laat maar.
Notitie 4
Ik had nog nooit van professor Ruth Wisse gehoord. Dat is jammer, want ze is een heel bijzonder mens. Zonde om het hele lemma op Wikipedia over haar hier over te schrijven. Lees het alsjeblieft. De Wall Street Journal noemde haar vorig jaar: The iron lady of the Jewish right.
Ruth is 90 jaar geleden geboren in Cernowitz, in Roemenië. (Los hiervan, er gaat een verhaal dat de Joodse bevolking van die stad het hoogste IQ ter wereld had). Een lief familielid wees me op de podcast Ask Haviv Anything, waar de Israëlische journalist Haviv Rettig Gur in gesprek ging met professor Wisse (spreek uit Wise). Ik was gefascineerd door haar betoog. Eén quote: Antisemitism has been the best coalition builder in history. Luister naar professor Ruth en denk daar maar even over na.
Notitie 5
Op de eerste dag van Rosj Hasjana was ik weer eens in sjoel. Ik ben bepaald geen sjoelganger, maar op de Hoge Feestdagen ga ik altijd wel. Ik geloof niets, behalve in traditie. Le dor wa dor, van generatie op generatie, daar geloof ik heilig in. Maar niemand heeft me ooit uit kunnen leggen waarom het nodig is God urenlang te bedanken in steeds iets andere bewoordingen. Herhaling op herhaling. Het is altijd fijn om lekker mee te zingen met de prachtige melodieën. Best een lange zit bij de LJG, dat wel, maar ik kwam er tevreden vandaan. Even iets van saamhorigheid in een volle sjoel. Van kennissen die wat orthodoxer aangehaucht zijn dan ikzelf, hoorde ik dat alle sjoels stampvol waren. Ik kan niet uitleggen waarom precies, maar dat maakt me zeer tevreden.
Notitie 6
Sjana tova oe metoeka! Een goed en zoet 5787 toegewenst.





Opmerkingen