'6 mei' - een column van Rob Fransman
- Rob Fransman
- 6 mei
- 3 minuten om te lezen

Jarenlang gingen we naar de nationale herdenking op de Apollolaan, maar wel met steeds minder enthousiasme. Al vóór 7 oktober hadden we een beetje genoeg van de hypocrisie die samengaat met de verwijzing naar latere oorlogen. De bijna jaarlijkse blunders van het vier- en vijf mei-comité dragen ook niet bij aan de waarde van de herdenking. Toch gingen we trouw, uit traditie. De jaarlijkse bijeenkomst op de mooie Apollolaan is ook een sociaal gebeuren. Buurtgenoten knikken elkaar vriendelijk toe, na afloop zijn er altijd wel een paar kennissen met wie je samen oploopt en een praatje maakt. Naar huis, verdrietige film en naar bed.
Maar na zeven oktober kwam het er niet meer van. Min of meer toevallig waren we twee jaar achter elkaar in Israël tijdens de herdenking. Daar gingen die dagen compleet aan ons voorbij. Plaatselijk hakten Jom Ha-Sjoa en Jom Ha-Zikaron er trouwens net zo goed behoorlijk in.
Dit jaar waren we wel hier, maar we besloten om niet te gaan. Dus zagen we voor het eerst in jaren op tv de herdenking op de Dam. En – mag ik dat zeggen? Ja, dat mag – wat een poppenkast! Wanneer ik het vrome gezicht van de premier zie en me zijn rol bij de Rode Lijn-mars herinner, word ik misselijk. Om van mevrouw Halsema, van wie het schuren mag en die niet wist hoe ze de jacht op de Maccabi-supporters kon bagatelliseren, maar niet te spreken.
En dan de vertegenwoordigers van de politieke partijen. Zag ik daar nu werkelijk behoofddoekte Kamerleden van GroenLinks-PvdA? (Pro ga ik niet zeggen, PN ook niet.) Om kort te gaan: hou op met jullie herdenken en pak de Jodenhaat eens aan.
Vóór en na 4 en 5 mei was er weer de gebruikelijke ophef. Door het hele land waren er alternatieve herdenkingen. Die in Den Haag kreeg van de NOS bijna gelijkwaardige aandacht als de echte herdenking. Natuurlijk liet de nieuwsdienst spreker Jaap Hamburg zien, de Joodste antisemiet van Nederland. Een mevrouw met een hoogopgeleid voorkomen vertelde dat het toch echt om alle slachtoffers ging, ja heus. Maar vooral om die in Gaza. Gaza, Gaza en nog eens Gaza. Andere oorlogen in de wereld zijn ook heel erg, maar Gaza, Gaza, Gaza.
Krek hetzelfde verhaal hield ze vorig jaar ook.
Op tv poepte Johan Derksen weer zijn antisemitische drol uit en alle kranten hadden oorlogsverhalen. Ik heb ze niet gelezen.
Behalve die in de NRC. Nooit gedacht dat de krant maar liefst 2 volle pagina’s aan Robert Vuijsje zou geven (dan weer wel en dan weer niet achter betaalmuur, probeer maar) die uitlegt dat hij niet meer op Links kan stemmen, maar het met Rechts ook moeilijk heeft. Dat is een probleem heel Joods Nederland mee worstelt. Of eigenlijk heel Joods Europa. Links moet ons niet en de steun van Rechts heeft net iets te vaak een eigenaardige bijsmaak.
Vuijsje’s zoon heeft een donkere huidskleur en hij denkt dat die jongen in de Randstad beter af is met zijn donkere uiterlijk dan wanneer hij een Joods uiterlijk zou hebben. Dat denk ik ook, maar is het niet godgeklaagd? De redactie schrok waarschijnlijk zelf dat er ook eens iets werd geplaatst dat niet tegen Israël aan schuurde en maakte het tegenover haar lezers weer goed door vandaag een afschuwelijk stuk van historicus Jos Palm te plaatsen.
Dan Theater Na de Dam. Mensen liepen daar woedend weg omdat de hoofdrolspelers het niet konden nalaten om nog even extra aandacht te vragen door Israël Holocaustgedrag te verwijten. Artistiek directeur Jair Stranders vertelt dat hij wist van de actie en er ongelukkig mee was. Jair was ook al ongelukkig omdat het niet werd geaccepteerd dat hij Israëlhater Jerry Afriyie wilde laten spreken bij de herdenking van de Februaristaking. Jair is om alles ongelukkig en neemt de ene foute beslissing na de andere. Ik denk stiekem dat hij ongelukkig is omdat hij Joods is.
Enfin, morgen is het, Baruch Ha-Sjem, weer 6 mei. Het monument is weer schoon. Prachtig, de mensen van de reinigingsdienst hebben puik werk afgeleverd. Maar misschien had die verf gewoon moeten blijven zitten. Dat tekent de huidige stand van zaken in Amsterdam veel beter dan een hagelwit monument.





In een land waar Joodse organisaties, scholen en instellingen zwaar beveiligd moeten worden; in een land waar joodse burgers bedreigd, aangevallen, geïntimideerd , tegengewerkt en gecanceld worden; in een land waar notoire Jodenhaters welkom zijn en onder ons toeven; in een land waar de overheid niet verder komt dan het faciliteren van commissies; in zo'n land kan het ook niet anders dan dat de Nationale Dodenherdenking verworden is tot een grote farce ( mineur)
En van schaamte of zelfreflectie heeft niemand gehoord.
Dank voor uw aangrijpende column.