• Joop Soesan

Bas Belder over Iraans atoomprogramma : "Teheran schaakt, het Westen dobbelt"


Ter illustratie. Screenshot YouTube


De tekens staan reuzegroot en helder op de wand: “Iran werkt aan de atoombom”. Maar het Westen weigert ze te zien, laat staan te ontcijferen. Kenner van het Iraanse atoom dossier, dr. Matthias Küntzel, maakt in Mena-Watch de huidige balans op.


Van 13 tot 17 september vergaderde naar afspraak het hoogste besluitorgaan van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) in Wenen, de gouverneursraad van 35 ambassadeurs. Luttele dagen ervoor had Rafael Grossi, algemeen-directeur IAEA, twee uiterst alarmerende berichten over Irans omgang met het IAEA gepresenteerd.


Het eerste bericht van Grossi beschrijft hoe het Iraanse regime atomaire controlebepalingen willens en wetens schendt. Jaren geleden al ontdekten IAEA-inspecteurs op vier tot dusver onbekende plaatsen sporen van industrieel nucleair materiaal. Echter, over herkomst en verblijf daarvan zwijgen de Iraanse machthebbers tot op vandaag.


In een interview verklaarde Grossi: “Wij weten dat hier iets is gebeurd. Daarover bestaat geen twijfel. Het materiaal was er. Wanneer gebeurde dat? Wat passeerde met de erbij horende productiecapaciteit? Waar is het materiaal? Ze geven geen antwoord.”


Bij het tweede alarmsignaal klaagt het IAEA over de onderbreking van de controles door het Atoomagentschap, zoals die zijn vastgelegd in de zogenoemde Iran-deal van 2015 tussen de internationale gemeenschap en de Islamitische Republiek. Al sinds 22 februari 2021, dus sedert zeven maanden, kan het IAEA niet langer zien, laat staan berichten, wat er in de ondergrondse installaties in Natanz en Fordo plaatsvindt. Persoonlijke bezoeken en het verzamelen van feiten zijn uitgesloten.


Zeker, de aangebrachte toezichtscamera’s blijven in Natanz en Fordo lopen, informeert Küntzel, maar in Wenen krijgen ze geen inzage in deze officiële gegevens van Teheran! Dat mag pas weer, aldus het ayatollah-bewind, wanneer een nieuwe nucleaire overeenkomst wordt gesloten. “Misschien dus nooit”, voegt Küntzel toe.


Op basis van deze twee alarmerende berichten lag een stevige resolutie van de gouverneursraad van het IAEA tijdens zijn september zitting voor de hand. Een resolutie waarin Iran klip en klaar werd opgeroepen zijn nucleaire verplichtingen na te komen. Dit vooruitzicht ontstond ook door duidelijke stellingnames van betrokken diplomaten. Zo verklaarde een diplomaat dat “het niet kenbaar was hoe een resolutie nog kon worden afgewend”. En een collega bevestigde dat “de opeenstapeling van negatieve feiten in beide berichten juist leidt tot de aanneming van een resolutie”.


Zover kwam het uiteindelijk toch niet. Want op 13 september, bij de opening van de zitting van de gouverneursraad van het IAEA, trokken de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland het ontwerp van een resolutie tegen Iraanse schendingen van de nucleaire afspraken in.


Waarom? Expert Matthias Küntzel geeft als goed wetenschapper een voorzichtig antwoord op deze kardinale vraag. Uit spaarzame meldingen in de internationale media blijkt dat pressiepolitiek van Teheran een beslissende rol speelde. Zo wendde zich de nieuwe Iraanse president Ebrahim Raisi telefonisch rechtstreeks tot Charles Michel, de voorzitter van de Europese Raad en dreigde bij het indienen van een IAEA-resolutie met “contraproductieve maatregelen”. Raisi zette ijskoud verdere onderhandelingen over een atoomdeal alsmede Teherans relatie met het IAEA op het spel.


En passant verleende Rusland het Iraanse regime diplomatieke rugdekking door van de EU te eisen de gewenste bereidheid van Teheran tot samenwerking niet in gevaar te brengen. De EU kwam daarmee voor de keuze te staan zich de ergernis van Iran op de hals te halen of af te zien van het indienen van een resolutie en daarmee gezichtsverlies te lijden.


In de dagen voor het begin van de gouverneurs zitting (13 september) ontvouwde zich een waar diplomatiek carrousel om toch maar vooral tot een compromis met de Iraanse islamisten te komen. Uiteindelijk mocht secretaris-generaal Rafael Grossi zowaar op zondag 12 september zijn opwachting maken bij Mohammad Eslami, de nieuwe chef van de Iraanse atoomenergie-autoriteit. De dag daarop trokken de westerse machten hun ontwerpresolutie in, onder uitdrukkelijke verwijzing naar de gesprekken die Grossi in Teheran had gevoerd.


Dit besluit roept een nieuwe kardinale vraag op: was Teheran inderdaad tegemoet gekomen aan de ernstige westerse zorgen over het Iraanse atomaire (wan)gedrag? Ontnuchterend uitsluitsel op deze vraag geeft de gezamenlijke verklaring van Grossi en Eslami van 12 september. Ontnuchterend omdat deze verklaring met geen enkel woord rept over de twee basale klachten, de twee alarmsignalen die het IAEA nota bene zelf had afgegeven richting de Islamitische Republiek.


Ontnuchterend ook omdat Grossi en Eslami meteen al in hun gezamenlijke verklaring “de geest van samenwerking en wederzijds vertrouwen wensen te bekrachtigen”. Dat klinkt als satire, kritiseert Matthias Küntzel volkomen terecht.


Geen enkel lichtpuntje in de afspraken tussen beide heren? We lezen over de aankondiging van een nieuw bezoek van de IAEA-directeur aan Teheran “in de nabije toekomst”. Een ‘lichtpuntje’… En verder? Een minimum aan substantie, tekent Küntzel aan. Grootmoedig staat Teheran het Wenen (IAEA) toe de toezichtcamera's op Iraanse atoom werkzaamheden in stand te houden, echter zonder de filmopnamen te zien, laat staan te analyseren, tenzij een nieuwe versie van de nucleaire deal het licht ziet.


De waarschijnlijkheid van zo’n atoom overeenkomst verdwijnt evenwel met de dag, meent Küntzel. “Technologisch en politiek onderneemt Teheran alles om de atoom onderhandelingen (en daarmee ook een latere controle van de IAEA-opnamen) te torpederen.”


De Duitse Iran-kenner wijst erop dat de westerse berichtgeving lichtvaardig de indruk wekt dat met enige goede wil de weg naar de nucleaire deal van 2015 terug wordt gevonden, alsof er sindsdien niets wezenlijks is geschied. “Zij negeert daarbij de koortsachtige ontwikkeling van de nucleaire wapentechniek in Iran. In werkelijkheid heeft de huidige ontwikkelingsstand van het Iraanse atoomprogramma niets gemeen met de situatie van 2015, waarop de nucleaire deal betrekking heeft.”


Küntzel baseert zich hierbij op de bevindingen van “de best geïnformeerde critici” van het Iraanse atoomprogramma, David Albright en Olli Heinonen. Zij spreken klip en klaar uit dat de Iran volop bezig is de drempel van atomaire bewapening te overschrijden: “Iran is practicing break-out!” Dat leidt tot een retorische vraag bij Küntzel: gelooft iemand dat Iran tot vernietiging van zijn nucleaire verworvenheden bereid is?


In politiek opzicht is op de achtergrond in Iran evenzeer reeds lang een beslissing over een nucleaire deal gevallen. Terwijl het regime interesse in een atomaire overeenkomst met de VS blijft suggereren, sprak in juli 2021 de regeringswoordvoerder van de vorige regering-Rouhani, Ali Rabiei, openlijk uit dat op hoog niveau was besloten “een overeenkomst tussen Iran en de VS over een herleving van de nucleaire deal van 2015 af te wijzen”. Met hoog niveau doelde Ali Rabiei op de Nationale Veiligheidsraad van Iran.


En om deze doelstelling te camoufleren stellen Opperste Leider Khamenei en diens diplomatieke uitvoerders ondertussen onmogelijke ultimatum aan Washington. Bijvoorbeeld opheffing van werkelijk alle Amerikaanse sancties tegen Iran, erkenning van de nieuwe nucleaire verrijking resultaten (uranium) aan Iraanse zijde en garantie dat geen Amerikaanse regering ooit nog een nieuwe nucleaire deal weer zou verlaten. “Het gaat om eisen waarvan het regime weet dat Washington die niet kan vervullen”, observeert Küntzel.


Zo dringt zich een beeld op van sluwe, succesvolle diplomatieke schijnmanoeuvres aan Iraanse zijde. Wend bereidheid voor tot nucleair overleg, benut de westerse (ijdele!) hoop op een nieuwe deal en laat de nucleaire centrifuges volop draaien voor de fabricage van atoomwapens.


In de kristalheldere formulering van Matthias Küntzel luidt “dit proces zonder inhoud”: “De camera’s van het IAEA blijven in Natanz en Fordo verder beelden produceren om de fictie van een controle overeind te houden, die de IAEA in werkelijkheid allang is ontgleden. Teheran benut initiatieven, die eigenlijk de bom moeten verhinderen, om die juist te bouwen.”


De zwakte van het Westen vormt de sterkte van Iran, besluit Küntzel. Hij vervolgt: “De catastrofe van Afghanistan demonstreerde wat er gebeurt als men de woorden van islamisten gelooft en hun daden negeert. Nu baant zich in Iran de nog grotere catastrofe een weg.”


Kan alleen Israël, de Joodse staat, primair doelwit van de machthebbers van de Islamitische Republiek Iran, dat nog voorkomen? Een bange, prangende vraag. Blijkbaar niet grosso modo gesproken voor westerse politici én westerse media.


Bas Belder, historicus













































96 keer bekeken0 reacties