• Joop Soesan

Betreffende de Almachtige - een nieuwe column van Simon Soesan


“Hij bestaat niet.” – Dat is de meest gehoorde zin na de tragische taferelen en resultaten rondom de festiviteiten op de Meron-berg verleden week. De schokkende beelden die we allemaal zagen, de vele doden en nog meer gewonden – het was bijna surreëel. Maar het was echt zo. En, de meest menselijke reactie daarna was: wie is hier verantwoordelijk voor?

Nou kijk, dat is nu het probleem.


Want als wij de bijbel goed lezen, dan is de Almachtige de enige die bepaald wat heilig is. In Exodus 3.5 staat: “En Hij zeide: Nader hier niet toe; trek uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilig land.”


Sindsdien is het een rage geworden om als mens te bepalen wat en wie heilig is – een traditie waar ik het verre van eens ben: of je snapt dat de Almachtige niet menselijk is en daarom geen menselijke maatstaven erop na houdt, of je gelooft dat Hij net zou kleingeestig is als wij mensen, nog iets waar ik het niet mee eens ben.


Maar als ik even lees wat er in Joshua 1.34.6 staat: “En hij begroef hem in een dal, in het land van Moab, tegenover Beth-Peor; en niemand heeft zijn graf geweten, tot op dezen dag.”, dan begrijp ik dat dit met opzet is gebeurd, opdat we niet naar een graf gaan rennen en doden gaan verheerlijken. Niet alleen dat: Mozes is onze eerste en meest wijze rabbijn geweest.

Toch vonden rabbijnen in onze geschiedenis het nodig om “rangen” uit te delen: opperrabbijn, stad rabbijn, Chacham (wijze) en nog veel meer afkortingen die een hint geven hoe slim iemand is en hoezeer hij gerespecteerd moet worden. Dus: eigenlijk gebeuren er dingen die niet in een hetzelfde Boek passen waar echt geschreven staat hoe we wel en niet moeten leven als gelovige mensen.


Tweeduizend jaar geleden hadden we mot met de Romeinen. Hoewel ze bezetter waren in ons land, waren wij Joden eigenwijs en hadden geen trek in de plannen van Titus om van onze Tempel een Romeinse tempel te maken. De weerstand was niet alleen gewelddadig, maar ook treiterig.


Denk maar aan een mug die u de hele tijd bijt. Een van de leiders van de opstand, Shimon Bar Jochai, was op de lijst van “meest gezochten” van de Romeinen, zodat de man zich op een goed moment moest verbergen in een grot, samen met een van zijn zonen. Dat verstoppertje spelen duurde 13 jaar, en de overlevering verteld dat ze al die tijd alleen maar Johannesbrood te eten hadden.


Ook verteld de overlevering dat deze man Rabbijn SHimon Bar Yochai – in het kort: RASHBI, een boek schreef in die jaren, het Boek de Verlichting, oftewel het boek bekend als de Zohar. Dit boek – heel simpel uitgelegd – is de mathematische sleutel tot het bestaan. Mensen werden gewaarschuwd dat boek niet te lezen voor men 40 jaar oud was “anders raakt men het verstand kwijt”. Daar alleen bekende, en geteste rabbijnen het boek mochten lezen, moest je meer of min “aangenomen” zijn: Mekoebal. Vandaar het woord “Kabbala” – wie dat boek leest behoort tot een kleine cirkel van ingewijden.


Zo, tot nu toe de overlevering. Historisch komt het Zohar boek pas in de 13de eeuw naar boven en wordt verbonden met rabbijn Moshe d’Lion, die dit boek – volgens zijn vrouw – helemaal uit zijn hoofd had geschreven, maar vertelde geïnspireerd te zijn door Rashbi himself. Waar of niet: gedurende de jaren (tweeduizend dus) gingen meer en meer mensen “langs” bij het graf van Rashbi op de Meron-berg, wat uitliep tot een verdienmodel. De laatste jaren zagen we een half miljoen bezoekers tijdens de Lag B’omer feestdagen op de berg, alsof het om een Joods Woodstock ging.


Maar als je zoveel mensen wil onthalen, dan moet je wel voorzieningen aanbieden: toiletten, rustplaatsen, water, toegang, uitgang etc. etc.


Toen de staat aan rabbijnen vroeg hoe dat allemaal zit, werd er gezegd dat het een heilig en religieus evenement betreft, waar onze wet het niet toelaat voor de overheid zich ermee te bemoeien. Ook de politieke macht van de religieuze partijen zorgden ervoor dat, in een land waar kerk en staat nog niet gescheiden zijn – juist op dit soort feestjes de Staat niets te vertellen had. Rapporten werden geschreven, waarschuwingen werden verstuurd – niets hielp. Men deed wat men wilde, bouwde achenebbisj gebouwtjes die levensgevaarlijk zijn en elke vraag van de overheid werd afgewimpeld met “het is heilig, heeft niets met jullie te maken”.


De laatste jaren was het zo ver gekomen, dat de officiële politierapporten van de laatste jaren allemaal eindigen met “een wonder dat er geen ongelukken gebeurd zijn” en, zoals we weten: wonderen zijn de afdeling van de Almachtige dus het klopte allemaal.

Verleden jaar, vanwege de Corona, moest het feest (en verdienmodel dat nu miljoenen draait) worden afgezegd en daarom was er dit jaar erg veel politieke druk om het feest op volle toeren te laten draaien. De baas van de Meron “heiligdommen”, vertelde in een interview dat zonder de massieve druk van enkele ministers het feest misschien niet eens was doorgegaan.


45 doden en bijna tweehonderd gewonden later gebeuren er twee dingen: er wordt een schuldige gezocht, terwijl alle verantwoordelijken juist voorlopig in heel stil zijn.

“God bestaat niet, zie je wel.”, hoor ik veel.


Maar gisteren ontmoette ik een vriend, die het heel anders zag: “Je weet wat er geschreven staat: niet dansen op graven. Deze ramp bewijst juist maar een ding: “God bestaat.”

Stof tot nadenken?


U mag beslissen.


426 keer bekeken1 reactie