top of page

De oorlog is al begonnen, schrijft Oscar Hammerstein

  • Oscar Hammerstein
  • 56 minuten geleden
  • 4 minuten om te lezen

Een van de grootste misverstanden van onze tijd is dat het debat over Israël, antisemitisme en islamisme nog steeds wordt gevoerd als een debat. Dat is het niet. De oorlog is al begonnen.


Niet met tanks die door Europa rollen of met legers die de grenzen overschrijden, maar als een culturele oorlog die zich afspeelt in onze universiteiten, media, beroepsorganisaties, vakbonden, scholen, ziekenhuizen en politieke partijen. Sommigen zullen zelfs zeggen dat het een godsdienstoorlog is. Niet omdat iedere moslim daaraan deelneemt – verre van dat – maar omdat een deel van de strijd wordt gevoerd vanuit een religieus geïnspireerde ideologie die zichzelf niet ziet als één mening naast andere meningen, maar als een alternatief beschavingsmodel.


Terwijl veel Joden, liberalen en verdedigers van de democratische rechtsstaat zich blijven beroepen op feiten, logica, consistentie en gelijke maatstaven, spelen hun tegenstanders een geheel ander spel. Zij proberen niet een argument te winnen. Zij proberen instituties te veroveren. Dat verschil is fundamenteel.


Wanneer een Jood zich afvraagt waarom Israël in medische tijdschriften, op universiteiten of binnen internationale organisaties wordt behandeld volgens maatstaven die nooit worden toegepast op China, Iran, Syrië, Qatar of Turkije, gaat hij ervan uit dat eerlijkheid en consistentie relevant zijn. Maar wat als de betrokken activisten helemaal niet geïnteresseerd zijn in eerlijkheid of consistentie? Wat als hun doel niet waarheid is, maar invloed? Dan ziet de wereld er plotseling heel anders uit.


Overal in het Westen zien wij hetzelfde patroon. Niet één grote beweging, maar honderden kleine groepen. Niet één centrale organisatie, maar een netwerk van activisten die elkaar versterken. Zij opereren binnen voetbalclubs, vakbonden, universiteiten, ziekenhuizen, politieke partijen, media en beroepsorganisaties. Hun doelstellingen lijken vaak bescheiden. Een enorme Palestijnse vlag tijdens een voetbalwedstrijd. Een verpleegkundige met een watermeloenbadge. Een anti-Israëlresolutie binnen een vakbond. Eén artikel in The Lancet. Een activist in een universiteitsbestuur. Een spreker op een congres. Een cursusdag voor advocaten onder de titel Pleiten voor Palestina, geaccrediteerd door de Orde van Advocaten.


Op zichzelf lijken dit onbeduidende gebeurtenissen. Maar gezamenlijk vormen zij een strategie. Iedere vlag, iedere badge, iedere motie, iedere publicatie en iedere cursus zendt hetzelfde signaal uit: wij zijn overal. En dat signaal is vaak belangrijker dan de feitelijke aantallen.


Want maatschappelijke invloed wordt niet uitsluitend bepaald door hoeveel mensen je vertegenwoordigt. Zij wordt bepaald door de vraag hoeveel prestigieuze instituties jouw boodschap herhalen. Een artikel in een medisch toptijdschrift heeft meer impact dan duizend demonstraties. Een universiteit heeft meer gezag dan een actiegroep. Een beroepsorganisatie heeft meer invloed dan een activist. Precies daarom zijn deze instituties het doelwit geworden.


Neem de voortdurende straatgebeden in steden als Rotterdam en Amsterdam. Voor buitenstaanders lijken zij misschien uitsluitend een religieuze uiting. Maar zij hebben ook een politieke dimensie. Zij demonstreren aanwezigheid, zichtbaarheid en zelfvertrouwen. Zij laten aan politici zien dat hier een georganiseerd electoraat staat. Zij laten aan medestanders zien dat de beweging groeit. En zij laten aan tegenstanders zien dat het maatschappelijke landschap verandert.


Hetzelfde geldt voor de lange reeks anti-Israëlcampagnes binnen universiteiten, medische tijdschriften, culturele instellingen en beroepsorganisaties. Steeds opnieuw zien wij dezelfde boodschap vanuit verschillende richtingen op ons afkomen. En steeds opnieuw reageren de tegenstanders met feiten. Dat is begrijpelijk. Maar feiten winnen geen machtsstrijd wanneer de andere partij helemaal geen belangstelling heeft voor feiten.


De islamistische beweging begrijpt iets wat haar tegenstanders vaak vergeten: instituties zijn belangrijker dan argumenten. Wie de universiteit bezit, beïnvloedt de studenten. Wie het medisch tijdschrift bezit, beïnvloedt de artsen. Wie de vakbond bezit, beïnvloedt de werknemers. Wie de beroepsorganisatie bezit, beïnvloedt de beroepsgroep. En wie voldoende instituties beïnvloedt, beïnvloedt uiteindelijk de samenleving.


Dit is precies waarom zoveel mensen het gevoel hebben dat het Westen langzaam van karakter verandert. Niet omdat er één grote revolutie heeft plaatsgevonden, maar omdat duizenden kleine verschuivingen dezelfde kant op wijzen. Een vlag hier. Een boycot daar. Een resolutie. Een cursus. Een benoeming. Een redactieraad. Een studentenvereniging. Iedere afzonderlijke stap lijkt onbelangrijk. Gezamenlijk veranderen zij het culturele landschap.


Dat betekent niet dat iedere criticus van Israël een islamist is. Dat zou een absurde conclusie zijn. Veel mensen handelen uit oprechte betrokkenheid of humanitaire overtuigingen. Maar het betekent wel dat islamistische activisten buitengewoon effectief zijn gebleken in het gebruiken van bredere progressieve bewegingen als voertuig voor hun eigen agenda.


Daarin schuilt hun succes. Terwijl hun tegenstanders discussiëren over definities, voetnoten en resoluties, bouwen zij geduldig verder aan hun positie binnen commissies, redactieraden, universiteiten, politieke partijen en maatschappelijke organisaties. Eén artikel. Eén vlag. Eén cursus. Eén bestuurspost. Eén generatie studenten tegelijk.


Dat is de reden waarom zoveel mensen tegenwoordig het gevoel hebben dat de wereld om hen heen plotseling is veranderd. In werkelijkheid gebeurde die verandering niet plotseling. Zij werd jarenlang voorbereid. Niet door miljoenen mensen, maar door kleine groepen activisten die begrepen dat de weg naar maatschappelijke macht niet loopt via de barricaden, maar via de instituties.


De grote vraag van onze tijd is daarom niet langer wie het beste argument heeft. De grote vraag is welk beschavingsmodel uiteindelijk zal zegevieren. Het liberale Westen, gebouwd op vrijheid van meningsuiting, individuele rechten, scheiding van kerk en staat en gelijkheid voor de wet? Of een ideologie die deze waarden beschouwt als obstakels die moeten worden overwonnen?


Wie eerlijk naar de ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar kijkt, moet ten minste bereid zijn één ongemakkelijke gedachte onder ogen te zien: misschien leven wij niet meer in de aanloop naar een culturele confrontatie. Misschien zitten wij er al middenin.


 
 
 

Opmerkingen


Met PayPal doneren
bottom of page