top of page

Het Land van Johan, een positief schrijfsel van Rob Fransman

  • Rob Fransman
  • 1 minuut geleden
  • 3 minuten om te lezen

Wanneer je mij voor vorig jaar gevraagd zou hebben wat een humerus is had ik dat niet geweten. Waarschijnlijk had ik gezegd dat het een dochtermerk is van de Amerikaanse protsmobiel Hummer.


Van auto’s weet ik best wel wat. Of ik had humerus veranderd in Homerus, de naam van de Griekse held. Maar nee, humerus is het bot in de bovenarm. Die humerus brak ik en zelfs na meer dan een maand is dat nog verdomd pijnlijk. De dokter zegt dat ik er wel een half jaartje zoet mee ben. Het zij zo; had ik maar niet, zogenaamd vitaal, een lullig drie-treden-trapje op moeten sprinten.


In ruim vier weken schreef ik maar twee korte stukjes. Toch gebeurde er het een en ander waar ik zo mijn gedachten bij had. De Holocaustherdenking (Halsema!), de Februaristakingherdenking (Dibi, geen Dibi), het nieuwe kabinet (wat wantrouw ik die Bontenbal), en nog veel meer. Met alleen je rechterhand kun je ook typen.


Maar alle schrijfsels waar ik aan begon, hadden een chagrijnig ondertoontje. En het barst al van het chagrijn op het web. Dus ik gooide wat ik schreef weer weg, dan maar even niks. Lezen deed ik wel. Van de Nederlandse pers alleen wat niet achter een betaalmuur zit. Ik heb geen moment spijt van mijn afscheid van het Parool – na zestig jaar! – maar dat houdt wel in dat ik nu ook het moois mis dat de redacties van de DGP-kranten zo vlijtig produceren.


Wat ik op het abonnement op het Parool bespaar, besteed ik goed. Namelijk aan een betaald abonnementje op mijn favoriete substack-columnisten. Overigens realiseer ik me wel dat ik alleen maar lees wat in mijn eigen bubbel past en ik het hoe dan ook al mee eens ben. Bart Nijman, Theodor Holman, Brusse en Veelo, Wierd Duk en alle andere welbespraakte penvoerders van rechts Nederland. “Dat hebben ze weer mooi verwoord,” denk ik dan. Ik zou niet weten wat ik er aan toe zou moeten voegen. Daarom besloot ik om hier pas iets te posten als ik iets positiefs te vertellen heb. En dat heb ik nu!


Gisteren was ik met mijn jongste kleinzoon Noam (18) naar Eddy Terstal’s Het Land van Johan. Wat een heerlijke film is dat. Voor mij was het een fijne terugblik in de tijd. De mensen om wie het in de film gaat zijn een halve generatie jonger dan mijn vrouw en ik. Daarom hebben we de jaren zeventig toch wat afstandelijker beleefd dan Sonja, Onno en Gijs in de film. Maar de tijdgeest kregen we wel degelijk mee. Wat is Nederland ongelofelijk veranderd in vijftig jaar! Vroeger was beslist niet alles beter. Maar van pakweg 1968 t/m 1980 was ons land wel leuker, vrolijker en optimistischer. Voor mij was de film fijn zwelgen in nostalgie. Voor Noam was het een kennismaking met een aangename andere wereld.


Het land van Johan heeft nauwelijks een plot, geen onverwachte wending en geen spannende ontknoping. En toch pakte het ons als een prettige tijdreis. Het Land is een film die ontspant. Het beste kun je hem zien in een klein intiem bioscoopje. Wij genoten in het kleinste zaaltje van Tuschinski, in die lekkere hangfauteuils die ze daar hebben. Toen de film was afgelopen wilden we weten hoe het verder ging met die malle Sonja en Onno. Tenslotte kwamen na de Zeventiger jaren, de Tachtiger jaren, enzovoort. Gelukkig las ik in deze juichende recensie dat Eddy Terstal daar al plannen voor heeft. Als heel veel mensen Het


Land van Johan gaan kijken heeft hij de financiering van het vervolg vast zo rond. Ik kijk ernaar uit.

 
 
 

Opmerkingen


Met PayPal doneren
bottom of page