• Joop Soesan

Moslimgeleerde geeft Westen les in oorzaken moslim antisemitisme


Ter illustratie. Screenshot YouTube


Deze bijdrage is geschreven door door Bas Belder, historicus/publicist


“Hoe ik als moslim antisemiet werd.” Daarvan verhaalt Abdel-Hakim Ourghi, islamwetenschapper van Algerijnse komaf, in de Zwitserse kwaliteitskrant Neue Zürcher Zeitung op openhartige wijze.


Op zijn 23e kwam Ourghi in 1992 naar Duitsland. In zijn eigen woorden als “geïndoctrineerd antisemiet”. Hij kan zich voorstellen dat veel moslims die naar westerse landen trokken, niet anders zijn opgevoed dan zijn persoon. “Ik haatte Joden en de staat Israël. Alles wat daarmee te maken had, wees ik met kracht af.”


Voor de jonge Ourghi gold slechts één principe: de Joden zijn de daders en de moslims de slachtoffers. Joden zijn schuldig aan de ellende waaronder moslims lijden. De eeuwige vijand die moslims bedreigt. Meer dan ooit bepaalt deze geesteshouding denken en handelen van veel moslims, zowel in islamitische landen alsook in het Westen, oordeelt de islamwetenschapper.


Ourghi herinnert aan een in 2003 verschenen analyse van prof. Bassam Tibi over “geïmporteerde Jodenhaat” onder in Europa levende moslims. Schadelijk genoeg werden en worden dergelijke analyses vaak niet serieus genomen, stelt hij, hoewel ze actueler dan ooit zijn. “Het onderwijs in moskeeën, scholen en hogescholen is er tot op vandaag op gericht dat kinderen respectievelijk alle mensen in haat tegen de Joden en tegen Israël worden opgevoed.”


Deze opvoeding liet zelfs geen ruimte om anders te denken, spreekt Ourghi uit eigen ervaring: “Ikzelf was geestelijk als verlamd. Ieder die het waagde kritiek te oefenen, werd als vijand van de islam en moslims veroordeeld.”

Abdel-Hakim Ourghi. Screenshot YouTube


Zonder enige reflectie geloofde Ourghi dat de Joden de volle verantwoording droegen voor het leed van alle moslims ter wereld. Hoe kwam dat? “Al op vier- of vijfjarige leeftijd hoorde ik voor de eerste keer het woord “Jood” (in het Algerijns “yhudi”) op de Koranschool. Mijn toenmalige Koranleraar zei tegen een jongen: “Jij Jood, gedraag je.” Ik wist niet eens wat het woord betekende. Echter, het was voor mij belangrijk me goed te gedragen, want anders werd ik “Jood” genoemd. Op de basisschool hoorde ik tijdens de lessen telkens weer hoe leraren het woord “Jood” gebruikten om leerlingen te beledigen.”


Ourghi beschrijft ook hoe bij ruzies tussen kinderen of volwassenen altijd maar weer het woord “Jood” viel als scheldwoord tegen de andere partij: “Jij bent net als de Joden. Je zoekt alleen problemen.” En als je in de Arabisch-islamitische wereld iemand als egoïst wilt afschilderen, klinkt het: “Hij is een Jood. Hij denkt alleen aan zijn eigen belangen.”


Evenmin is Ourghi vergeten hoe “onze imam”, een oom van moederszijde, elke vrijdagpreek op de kansel van de moskee afsloot met het smeekgebed: “Moge Allah de ongelovige vijanden van de islam en de moslims allemaal vernietigen. Moge Allah de vervloekte Joden vernederen en verwoesten! Moge Allah de moslims in de strijd tegen de Joden ondersteunen.” Tot op heden, zo onderstreept hij, wordt op vrijdag of bij preken tijdens religieuze feestdagen deze smeekbede in de moskeeën van Algerije en andere Arabische landen herhaald. “De kansel wordt ervoor misbruikt om een cultuur van haat te preken. Tot op vandaag beheerst een diepe afkeer van de Joden de moslims. Antisemitische stereotiepen zijn in de Algerijnse maatschappij virulent.”


December 2019 kwam de broer van Abdel-Hakim Ourghi met zijn gezin op bezoek in Duitsland. Ze wonen in Algerije. Natuurlijk liet Abdel-Hakim de familie zijn woonplaats Freiburg zien. “Ik legde aan de kinderen de betekenis uit van de “Stolpersteine” die ze zagen. De 14-jarige zoon van mijn broer zei me plotseling: “In de derde klas van de basisschool heeft onze lerares Frans gezegd: “Ik haat de Joden en maak een buiging voor Hitler omdat hij de Joden heeft geëxecuteerd.” Zulke uitspraken stempelen moslimkinderen. Ze worden niet zo eenvoudig vergeten.”


Eén keer per jaar keert Ourghi terug naar zijn Algerijnse vaderland. Openhartig geeft hij toe het dan niet te wagen en plein public te zeggen dat hij een vriend van Israël of van de Joden is. Het duurde jaren tot ik leerde dat de Joden niet de vijanden van de moslims zijn, maar dat ze niet anders zijn dan andere mensen. Dat gebeurde niet in Algerije of enig ander moslimland, maar eerst in Duitsland.”


Het komt de islamwetenschapper voor dat de islam zonder vijandbeelden niet levensvatbaar is. Zij moeten in stand worden gehouden om te verhinderen dat de eigen, zelf veroorzaakte problemen werkelijk op tafel komen. “De zogenaamde schuld van de Joden en het Westen maakt het nemen van de eigen verantwoordelijkheid niet noodzakelijk. Israël en de Joden als vijand benoemen, intensiveert niet slechts de slachtofferstatus van moslims, deze beeldvorming maakt ook samenzweringstheorieën maatschappelijk gangbaar.”


De zeer recente schandelijke antisemitische scènes (Jodenhaat in sinistere combinatie met Israëlhaat) op Nederlandse en andere Europese straten illustreren deze heldere observatie.


Hoog tijd voor politiek en samenleving om de urgente, actuele waarschuwing van insider Ourghi ter harte te nemen en de Joodse gemeenschap als het werkelijke slachtoffer van demonisering en agressie onze steun in woord en daad te laten blijken. Contra elke vorm van Jodenhaat, al dan niet geïmporteerd!


Bas Belder, historicus/publicist


431 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven