'Over plezier in Mallorca en ergernis in Nederland' - column van Rob Fransman

Vorig weekend was ik in Mallorca voor het jaarlijkse golfuitje dat ik al vijftien jaar mag organiseren. Zoals ieder jaar was het leuk. Goede vrienden, lekker eten in een luxueus hotel en misschien wel de mooiste golfbanen van heel Europa. Zeer matig golf van mijn kant, dat wel. Niet dat het de pret drukt maar na vijftig jaar speel ik weer als een pas-beginner. Stramme spiertjes weet je wel.
Vijf van mijn golfvrienden hebben een Israëlische achtergrond. Spanje is nou niet bepaald een Israël-vriendelijk land, maar we besloten toch te gaan. De enige landen die Israël nog wel goed gezind zijn liggen in Oost-Europa maar daar hebben ze weer niet van die mooie golfbanen. Probeer maar eens in een gezelschap van zeven mannen waarvan er vijf Hebreeuws als moedertaal hebben, ze geen Hebreeuws te laten praten. Maakte overigens niet uit, nergens een wanklank.
We speelden natuurlijk niet alleen maar golf. Mallorca is prachtig en er is veel te zien. We sightseeden wat en zo kwamen we terecht in het fraaie plaatsje Valldemosa. Dat dorp heeft alles wat een Zuid-Europees plaatsje hoort te hebben: steile hobbelige straatjes, een oud klooster, een rustiek dorpsplein en – uiteraard – honderden toeristen die het ook willen zien. We parkeerde de auto buiten het dorp, wandelden naar het centrum en hoorden van verre leuke muziek. Gitaren en een zangeres met een mooie stem. Daar moesten we naar toe! Wisten wij veel, we kwamen midden in een Free Palestine-demonstratie terecht. Ausgerechnet, jawel. Er waren gelukkig niet zoveel mensen, en anders dan bij ons, niemand was gemaskerd. Ik denk dat de Spaanse politie dat niet tolereert. Later op een terras leerde ik dat in Valldemosa ooit Frederik Chopin gewoond heeft samen met zijn George Sand. Chopin hield ook al niet van Joden. Hij componeerde prachtige muziek, dat wel. Later dineerden we heel gezellig op een terras in Palma. Onder een hoge kerktoren getooid met Palestijnse vlag. Europa is Palestinaziek. Letterlijk.
Vier dagen golf en plezier, geen kranten, geen nieuws. Weer thuis zag ik waar de sympathie van onze burgemeesters ligt. Niet bij ons, zal ik maar zeggen. Misselijk word ik van het gedweep van de burgemeesters met het Nakba-verhaal van de Pallies. Gelukkig is er veel vernietigend commentaar op X. Halsema, Dijksma van Utrecht en Marcouch uit Arnhem zijn niet toevallig benoemd door de linkse nomenklatoera. Ik moet lang kijken naar de foto van Dijksma en haar onderknuppel, Linda Voortman, bij dat monument. Dit moet haast wel een parodie zijn, een geestig iemand vond het leuker dan Koot en Bie. Dat was het ook. Maar zó treurig, waar halen ze het lef vandaan. Heeft dan niemand in Utrecht gezien hoe dat oorlogsmonument besmeurd was? Wie haalde het in zijn stomme kop om de echte kransen achter het monument te flikkeren? Wie? Al ontslagen of op zijn minst weggepromoveerd? Natuurlijk niet. De waanzin regeert in Utrecht. Utrechts Dijksma maakte een mooie carrière in de PvdA en schopte het tot burgemeester van een grote stad. Toch straalt alles in haar verschijning botte domheid uit. Marcouch is tegen het salafisme maar laat graag weten dat dat hij Palestijnen als zijn broeders ziet.
Halsema vind ik erger. Een en al onbetrouwbaarheid is die vrouw. Het mocht van haar schuren bij de opening van het Sjoa-museum. Onder het mom van vrijheid van demonstratie mocht de universiteit vernield worden, de hal van het Centraal Station voortdurend bezet blijven en iftars op de Dam; het gaat maar door. Niet zo lang geleden sprak ze over “verbinding” en “onze” Joodse gemeenschap. Ieder woord van haar is gelogen, ieder gebaar is vals. Met haar statement op Instagram stak ze een mes in de rug van de Joodse Gemeenschap. Chanan Herzberger stuurde namens het CJO een boze brief. Naar mijn smaak lang niet boos genoeg. Het is erg, het is naar, het is hemeltergend maar deze vrouw wenst haar burgemeesterschap nog eens met zes jaar te verlengen. En onze Joodse bobo’s zullen dan toch weer regelmatig met haar om de tafel moeten. Ik begrijp heel goed dat het niet anders kan. Maar het geeft me nu al zwarte gedachten. Voor de goede verstaander: over toen en nu.
Ik zag vandaag een foto van mevrouw in een rare vlaggenjurk. Op mijn verzoek heeft Chat GPT die enigszins aangepast.
Vijftien jaar geleden, tijdens het Demjanjuk-proces, leerde ik Trouws vaste columnist, Wim Boevink, goed kennen. We raakten zelfs een beetje bevriend. Boevink was (en is nu voor plaatselijke pers) een begenadigd schrijver. Maar vooral: Boevink is een koosjere journalist. Hij is al een paar jaar weg bij de krant. Maar goed ook, hij zou om het onverholen antisemitisme daar walgend ontslag hebben genomen. Dat de DGP-bladen niet deugen weten we nu wel. Trouw maakt het vandaag wel heel bont. Israël heeft zich de humus “toegeëigend. Welja, kan er ook nog wel bij. Een plaatje van een Israëlische soldaat die zijn vlag plant in een bakje humus. Het vroegere Trouw kwam voort uit het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Het huidige Trouw hoefde zou de nazi’s zeer welgevallig zijn.
En dan nog Itamar Ben-Gvir. Woorden ontbreken voor zijn actie tegen die gevangen botelingen van het Pallie-flottielje. Dat die gasten uit de zee zijn geplukt is prima. Ze worden alleen veel te vroeg weer naar huis gestuurd. Beter zou zijn om ze door te sluizen naar Gaza. De Israëlische regering heeft haar beweegredenen. Maar om ze in foetushouding te dwingen naar het Hatikwa te luisteren gaat alle perken te buiten. Ben-Gvir is niet alleen misdadig, hij is stapelgek. Alsof Israël niet genoeg vijanden heeft, hebben ze in die schoft er ook nog een in eigen huis. Netanyahu heeft zijn afschuw er over ben-Gvir uitgesproken. Niet genoeg natuurlijk, hij had die krankzinnige op staande voet moeten ontslaan. Maar ja, Netayahu…
Eén troost. Er komen verkiezingen aan. En we mogen toch hopen dat misdadigers als Ben-Gvir en zijn maat Smotrich dan niet terugkomen. Nooit meer. Dan heeft dit weekverslag toch een positief einde.





Opmerkingen