top of page
  • Foto van schrijverJoop Soesan

Toespraak van president Herzog tijdens herdenking van uitbreken van opstand Ghetto van Warschau


Foto Kobi Gideon / GPO


Vandaag, tachtig jaar geleden, op 19 april 1943, schreef een joodse inwoner van het getto van Warschau, wiens naam tot op de dag van vandaag onbekend is, in zijn dagboek: “We lopen in drieën en stappen op de kasseien waarop, op deze route, 300.000 Joden hebben getreden.


Dit is het einde', schreef hij. "Het einde van de weg. Rustig reken ik uit: het is nu 14.00 uur. Ik kijk naar de heldere aprilhemel. Bij het vallen van de avond worden we naar Treblinka gebracht. Als de dageraad aanbreekt, zal ik niet meer leven. Het is een simpele rekensom: dit is de laatste keer dat ik de blauwe lucht tussen de wolken zie.” Vandaag, precies acht decennia later, denk ik aan die anonieme Jood. Ik kijk naar de lucht, zoals hij deed. Dezelfde bewolkte luchten in april. En de pijn doorboort mijn hart.


President van Polen, Andrzej Duda,

President van Duitsland, Frank-Walter Steinmeier

Onze dierbare overlevenden,

En helden uit de Tweede Wereldoorlog,

Gezinnen,

Dames en heren,


Ik kom hier vandaag vanuit Jeruzalem, de eeuwige hoofdstad van de vrije, soevereine, joodse en democratische staat Israël. Ik kom hier, en met mij - met ons - hier, zijn de zonen en dochters van hele families, hele gemeenschappen, die symbolen waren en blijven van het bruisende Joodse leven, een millennium-oude geschiedenis, de rijke en welvarende beschaving van het Poolse jodendom; ze staan natuurlijk als symbolen van immense moed, in getto's, kampen en bossen, overal, altijd en op alle mogelijke manieren, tijdens het bloedbad van de verschrikkelijke Holocaust die ons tijdens de Tweede Wereldoorlog overkwam. We zijn hier gekomen, op de dag tachtig jaar sinds het uitbreken van de opstand in het getto van Warschau, het embleem van heldenmoed, tijdens het donkerste uur van de mensheid.


Hier, op deze plek waar we samenkomen, stond het getto, benauwd, bruisend en bruisend van leven. Vlakbij was het 'verzamelpunt' of Umschlagplatz. Daar werd het lot van 300.000 Poolse Joden bezegeld: kinderen, bejaarden, vrouwen en mannen die werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Als ik mijn ogen sluit, kan ik de dappere strijders van de opstand zien, de leden van de Joodse Gevechtsorganisatie en de Joodse Militaire Unie, de paar honderd zielen die tegenover de duizenden nazi-soldaten stonden die het getto bestormden om hen te vernietigen. Geconfronteerd met de troepen van de nazi-onderdrukker - getraind, monsterlijk en tot de tanden bewapend - die deur na deur, huis na huis binnendrong, in een wrede en onvoorstelbare jacht op joden, die slechts één lot onder ogen zagen - dood en uitroeiing - een groep van jonge Pools-Joodse mannen stond vastbesloten, vol geloof en hoop, hun kracht puttend uit de heroïsche streak die als een rode draad door de Joodse geschiedenis loopt, van de dappere mannen van koning David tot de krijgers van Masada, Bar Kokhba en de Makkabeeën. Ze vochten tegen alle verwachtingen in. Van de daken, van riolen, van de diepste kelders, in de straten en op de binnenplaatsen, achter afbrokkelende muren en in kamers die in vlammen opgaan. En ze hebben gewonnen.


"We hadden geen kans op de overwinning in de strijd", herinnert Zivia Lubetkin zich, een vrouw die ik mijn hele leven heb bewonderd, een lid van de leiding van de Jewish Combat Organization, een heldin van de opstand, wiens kleindochter Eyal, genoemd naar het Hebreeuwse acroniem van de Joodse Strijdorganisatie, is hier vandaag bij ons. “Het was ons duidelijk dat we geen kans hadden op de overwinning, in de gebruikelijke zin van het woord. Maar we wisten dat we aan het eind van de dag als overwinnaar uit de strijd zouden komen. Wij zijn de zwakken. Maar hierin lag onze kracht: we geloofden in gerechtigheid. We geloofden in de mensheid.” Zivia Lubetkin en haar kameraden hadden dubbel gelijk. De meeste krijgers van de opstand in het getto van Warschau hebben het niet overleefd. Maar hun geest, de geest van de mens, won hier, op deze grond, geheiligd met het bloed van onze heldhaftige broeders.


Foto Kobi Gideon / GPO


"Wie is een held?" Dat is een van de kernvragen van het joodse bestaan. Hier is het antwoord duidelijk. Zij waren de helden. Niet alleen hier, maar in heel Europa. In de sporen van tranen, in de diepten van het bloedbad, in de beslotenheid van de getto's en in de vernietigingskampen - in alle negen cirkels van de hel. In een wereld die uiteenvalt, in de schaduw van de dood, onder omstandigheden van vernedering, hongersnood en dwangarbeid, in de getto's, in de moordkuilen, in de dodentreinen, in de gaskamers en crematoria, tegenover concentratiekampen en vernietigingskampen — ze slaagden erin, moeders, vaders, kinderen, grootvaders en grootmoeders, de menselijke moraliteit, wederzijdse verantwoordelijkheid, geloof en fundamentele menselijkheid hoog te houden. En een liefde voor de mensheid. Ze handhaafden het meest fundamentele en fundamentele Joodse gebod: "Heb uw naaste lief als uzelf." Ze waren niet alleen. Met hen, in een heroïsche strijd tegen de nazi's en hun handlangers, in elk land, waren de Rechtvaardigen onder de Volkeren en leden van de lokale verzetsbewegingen, waaronder natuurlijk hier in Polen de Poolse Rechtvaardigen onder de Volkeren en leden van de Poolse underground, die hun leven riskeerde en ervoor koos om niet werkeloos toe te kijken.


Ik sta hier op deze heilige momenten, op een plek waar hele takken van ons volk werden omgehakt, vernietigd, gemarteld en uitgeroeid. In een plaats waar de joodse hoop en het geloof voor uitdagingen stonden die de mensheid nog nooit had gekend. En ik kan niet anders dan me de dochters en zonen van mijn volk voorstellen, geliefd en aangenaam in hun leven, en in hun dood nooit gescheiden (Samuel II 1:23). Ik stel me voor wat ze zouden hebben gezegd, wat ze zouden hebben gedacht, als in die donkere uren, in de stank van de rioleringen en verstikkende kelders, starend in de lopen van kanonnen en tanks, iemand in hun oren had gefluisterd dat tachtig jaar later, wij - de presidenten van Polen, Israël en Duitsland - zouden hier staan en hun heldhaftigheid groeten en samen een eeuwige eed zweren tot hun heilige nagedachtenis, een eed met een unieke kern: nooit meer.


“O één, o niemand, o niemand, o jij / Waar leidde het toe, zoals het nergens toe leidde? / O jij graaft en ik graaf, en ik graaf mezelf naar jou toe, / en aan onze vinger ontwaakt de ring. Dat schreef de grote joodse dichter Paul Celan in een gedicht over het leven als dwangarbeider tijdens de Tweede Wereldoorlog, in het Hebreeuws vertaald door professor Uzi Shavit, die slechts enkele weken geleden is overleden. Diezelfde handen die tachtig jaar geleden groeven, ontmoeten vandaag op deze plek de handen die hier de afgelopen maanden en jaren hebben gegraven, en vinden steeds meer bewijs van het leven dat ooit bestond en de heldhaftigheid die ooit bestond: de heldhaftigheid van de ziel en lichaam. Deze ontroerende ontdekkingen zijn een bindende noodzaak: een bevel om door te gaan met graven, ontdekken, het vinden van elk stukje herinnering, elk spoor van het leven dat eens was en niet meer is, om te herinneren en herinneringen op te wekken, vooral in de jeugd van onze naties, totdat het einde der tijden.


Foto Koby Gideon / GPO


Excellentie, de president van Polen, mijn vriend, Andrzej Duda, ik dank u voor uw kolossale inspanningen en uw toewijding aan de taak van herdenking en herdenking, ook hier, op deze plek. We mogen niet vergeten: er is niets postmoderns of relativistisch aan de herdenking van de Holocaust. Er bestond absoluut kwaad, in de vorm van de nazi's en hun handlangers. En absoluut goed bestond, in de vorm van de slachtoffers en de rebellen, uit elke natie. En door dit erfgoed door te geven aan het nageslacht, moet het dit onbetwistbare axioma weerspiegelen.


De heldhaftigheid van het verzet en de rebellen en de noodzaak om dat verschrikkelijke hoofdstuk in de geschiedenis te herdenken, toen het Joodse volk geconfronteerd werd met volledige vernietiging en vernietiging neerregende op Polen en vele andere landen, bieden een platform voor een belangrijke dialoog tussen Polen en Israël en voor de bevordering van de vriendschap tussen onze volkeren. Een vriendschap waarvan ik geloof en hoop dat die zal bloeien en zich zal ontwikkelen en ons in staat zal stellen diepgaande meningsverschillen en pijn op te helderen en te analyseren, terwijl we ook belangrijke partnerschappen opbouwen, niet alleen op de fundamenten van het verleden, maar ook op basis van onze gedeelde toekomst.


Excellentie, mijn vriend, de president van Duitsland, Frank-Walter Steinmeier, in uw onvergetelijke opmerkingen in Yad Vashem in Jeruzalem, tijdens de ceremonie ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, herhaalde u twee trefwoorden, die wijzen op het belangrijke verband tussen verleden en heden: 'schuld' en 'verantwoordelijkheid'. Dank u voor uw morele leiderschap en voor het feit dat u zo'n belangrijke en belangrijke kracht bent in het verdiepen van de vriendschap tussen onze volkeren, gericht op onze eeuwige inzet voor herdenking, verantwoordelijkheid en voor de toekomst, veiligheid en welvaart van de staat Israël.


Zeer geliefde overlevenden van de Holocaust, families, dames en heren. Vandaag begroeten we heldenmoed, maar heldenmoed moet op deze manier worden geheiligd: door te leren, lessen te trekken en door dit erfgoed en de fakkel van verantwoordelijkheid van generatie op generatie door te geven. Deze verantwoordelijkheid is voor ons een levenslange plicht. Als we hier samen staan, in het hart van een van de meest verheven symbolen van zowel de holocaust als het heldendom, herinneren we ons dat hoe groot de dreiging ook is, het gemeenschappelijke front dat we ertegen moeten vormen ook groot is. Er was geen precedent voor de versmelting van solidariteit, menselijkheid en wederzijdse verantwoordelijkheid die alleen nazi-Duitsland en de As-mogendheden versloeg. Hier begrijpen we goed de heilige alliantie die de familie van naties heeft gesmeed in het licht van een verschrikkelijke tragedie: om de nagedachtenis van de slachtoffers te heiligen; om resoluut en collectief op te komen voor het bestaansrecht van de staat Israël en om te gedijen als het soevereine huis van het Joodse volk; lesgeven en opvoeden in het licht van de lessen van de historische catastrofe die de Holocaust was; en om met al onze macht te vechten tegen elke uiting van racisme, antisemitisme en haat.


Tot slot, dames en heren, enkele weken geleden had ik de eer Aliza Vitis-Shomron te ontmoeten. Aliza was een 15-jarig meisje in het getto van Warschau in 1943. Nu is ze 95. Aliza's vader, Shimek (Simcha), werd vermoord in het Majdanek kamp. Als meisje, lid van een jeugdbeweging en de underground, waagde Aliza haar leven door in het getto posters te verspreiden die de Joden opriepen tot verzet.


Vlak voor het uitbreken van de Opstand in het getto van Warschau, in het voorjaar van 1943, kreeg haar moeder valse papieren in handen. Ze wilde Aliza naar een schuilplaats smokkelen, weg van het getto. Maar Aliza wilde haar ondergrondse kameraden niet achterlaten. Een van haar vrienden moedigde haar aan, smeekte haar te vluchten. Ze liet Aliza een huiveringwekkende laatste wens achter en zei: 'Ga. Je zal overleven. Iemand moet in leven blijven, om mensen te vertellen hoe we zijn gestorven. Dat zal jouw rol zijn, als het je lukt om te overleven.” Gisteren vertelde Aliza me tijdens onze ontmoeting in de Knesset, en eerder in de President's Residence in Jeruzalem: "Ik zag deze woorden als mijn levensmissie, mijn roeping op aarde."


Aliza kon hier vandaag niet komen. Maar namens haar en in haar naam, in naam van de slachtoffers en overlevenden, in naam van de vele miljoenen die hier niet kunnen staan, wil ik, nederig, als president van de natiestaat van het Joodse volk, de staat van Israël, een afstammeling van de gemeenschap van Łomża, die volledig werd weggevaagd in de verschrikkelijke Holocaust, sta voor u en beloof: nooit meer! De eeuwigheid van Israël zal niet liegen! Ben Yisrael Chai! Het volk van Israël leeft!


Mogen de herinneringen aan de helden van het verzet en de vrijheid, en alle slachtoffers van de verschrikkelijke Holocaust, voor altijd worden bewaard en gebonden in de harten van onze natie, en in de harten van de hele mensheid, van generatie op generatie.

President Isaac Herzog samen met de Duitse president Frank-Walter Steinmeier en de Poolse president Andrzej Duda, in een gezamenlijke handdruk bij het Monument voor de Gettohelden aan het einde van de hoofdceremonie. Foto Koby Gideon /GPO

111 weergaven0 opmerkingen
bottom of page