'Uitburgeren' - een column van Rob Fransman
- Rob Fransman
- 16 nov 2025
- 3 minuten om te lezen

Vanmorgen had ik bezoek uit Brazilië. Twee Brazilianen kwamen even langs om iets te bespreken. Een leuk jong stel dat in Amsterdam woont.
We horen nooit iets over de Braziliaanse gemeenschap hier. Toch wonen er best veel mensen uit Brazilië in Nederland. Hoeveel precies is onbekend. ChatGPT schat het aantal op zestigduizend waarvan de helft in Amsterdam woont. De meesten krijgen via Portugal een Europese verblijfsgunning en belanden via dat land in heel Europa.
De twee die ik sprak zijn behoorlijk hoog opgeleid. Maar in de middelgrote provinciestad was te weinig werk en daarom kwamen ze naar Europa. Mariëlla verdient de kost met het schoonmaken van huizen. Haar man Pedro is een technicus op het gebied van automatisering.
Toen hij hier kwam pakte hij alles aan, hij begon als bordenwasser. Gelukkig zijn technische mensen zeer gewenst en nu doet hij iets in IT wat ik niet begrijp bij een groot bedrijf dat iets doet wat ik ook niet begrijp. Hij wel, daar gaat het om.
Nu het wonen nog, voorlopig betalen ze veel te veel huur voor een kamertje in de Pijp. Tja, Amsterdam. Ik vroeg hen of het leven in Nederland beviel. “We love it here,” was het in koor gegeven antwoord. Ik was nogal verrast. Wat is er in hemelsnaam zo lovable in de Pijp? Nou een heleboel hoor. Ze vertelden hoe aardig de Amsterdammers waren. “En die democratie bij jullie en iedereen fietst – wij ook - en de mensen zijn aardig.”
Ik was sceptisch. Het miezerde vanmorgen, typisch novemberweer. “En het weer dan?” vroeg ik, “en de rommel op straat en de woningnood, de bureaucratie en de opgebroken straten?”
Ik kon ze niet miesj maken. Wist ik wel waar ik over sprak? “Alles is hier veel beter dan in Brazilië. “De economie, het weer en de mensen.” Ze waren vastbesloten te blijven. “We willen graag eens even terug om de familie te zien, maar dan komen we weer naar Amsterdam. Dit is nu ook onze stad!”
Toen ze vrolijk wegfietsten keek ik ze even na. Mariëlla en haar Pedro zetten me aan het denken. De laatste maanden vind ik het bestaan in Amsterdam niet heel leuk.
Persoonlijk heb ik niets te klagen hoor. Een rondje golf, een spelletje bridge, mijn familie (niet in noodzakelijke volgorde) maken me blij. Maar ik schreef het al eerder. Bij niet-Joodse vrienden vermijd ik het woord Israël. Eigenlijk heb ik nog nauwelijks contact.
De alom aanwezige Israël-haat, het verhulde en onverhulde antisemitisme, de ongekozen burgemeester, kortom, genoeg reden voor chagrijn. Om maar niet te spreken van hoe Links de verkiezingsuitslag tracht te jatten. Ik had kennelijk twee Braziliaantjes nodig om me te doen beseffen dat ik ondanks alles nog steeds in een fijn land woon.
Vanmorgen hoorde ik de wekelijkse podcast van Esther en Joop (aanrader). Ze hadden het over uitburgering, een term van Rob Oudkerk. We moeten het omgekeerde doen van wat “mijn” Brazilianen doen.
Niet inburgeren maar uitburgeren. Boycot het filmfestival Israël? Dan zien we films in het gebouw van de LJG. Is het moeilijk om een concert te houden in het Concertgebouw? Volgend jaar trekken we een extra jas aan in de Portugese synagoge. Kunnen we niet naar de Balie, Nieuwe de la Mar, Carré en al die andere gelegenheden die ons niet lusten? Laat de directies van die theaters doodvallen, we vinden zelf een oplossing.
Esther en Joop spraken uiteraard ook over de overwinning op Simon Reininck, de laffe Concertgebouwdirecteur. Prachtig dat het Chanoeka-concert nu toch kan doorgaan. Ultieme winst is dat het er nu maar liefst drie zijn. Één zonder voorzanger, zogenaamd georganiseerd door het Concertgebouw, twee met Abramson, zogenaamd besloten. Ik ben gelukkig dat ik kaartjes heb voor dat z.g. besloten concert.
Toch wringt het. Ik nam me vast voor om nooit meer een stap in dat gebouw te zetten. Naar het Chanoeka concert ga ik wel. Maar verder? Ik zag op AT5 Halsema die het niet “fair” vond dat Reininck antisemitisme werd verweten. Ze vond het erg, echt heel erg, dat een Israëlische minister haar daarover aansprak. Voor de zoveelste maal toonde ze aan niet koosjer te zijn.
Morgen heb ik kaartjes voor Marc Bouchkov en Orchestre Philharmonique Royal de Liège die Tsjaikovski ’s vioolconcert spelen. Ik laat het aan me voorbijgaan. Geen Concertgebouw zolang Reininck daar directeur is. Ik luister wel naar Radio vier die het concert uitzendt.
De Brazilianen waarmee ik dit schrijfsel begon doen hun uiterste best om in te burgeren. Taalles, inburgeringscursus, fietsen, enzovoorts. Wij Joden krijgen een uitburgeringscursus. Gratis.











Beste Rob, enkel om je te laten weten dat je niet alleen staat, hieronder de mail die ze van me ontvingen.Tot op heden geen enkele reactie ontvangen.
Geachte heer Reinink,
in verbijstering en met afgrijzen heb ik de ontwikkelingen rondom
het door u omstreden en bestreden aanstaande optreden van cantor Shai Abramson gevolgd.
In ongeloof ook.
Want hoe is het mogelijk dat de directeur van een internationaal gerespecteerd concertpodium zijn politieke visie laat prevaleren boven dat van zijn artistieke en muzikale inzicht?
Hoe is het mogelijk dat de directeur van een internationaal gerespecteerd concertpodium, onderscheiden met het woordje
" Koninklijk", niet op de hoogte zou zijn van de steeds verdergaande uitsluiting van Israëlische, joodse artiesten in Nederland en Europa, dat…