'Harry en de professoren' - een column van Rob Fransman
- Rob Fransman
- 25 okt 2025
- 3 minuten om te lezen

Na twee jaar hebben professoren (lang niet allemaal) en studenten (niet zo veel) er genoeg van. Ze richtten zich tot het bestuur van de Radboud Universiteit met een oproep om eindelijk eens op te treden tegen Harry Pettit, Radbouds Engelse huis-antisemiet. (Dat rijmt maar niet echt want je spreekt het uit als Pètt-it).
De brief aan het bestuur noemt slechts een paar van de meest recente voorbeelden van Pettit’s Jodenhaat, zoals zijn verzoek om 7 oktober af te maken en zijn rechtvaardiging van de moord op twee Joodse synagogebezoekers in Manchester. Slechts, want Pettit spuit zijn vuil iedere dag op X en dat doet hij al heel lang.
Het CIDI deed aangifte maar helaas tevergeefs. De officier van justitie had ‘capaciteitsproblemen’. Het is natuurlijk een open deur om te zeggen dat de officier uit zijn of haar eerbiedwaardige nek lult. Iedereen kent de voorbeelden waar justitie wel tijd voor had.
Zoals voor de boeren die een weg blokkeerden, de gekken die “White lives matters” op een brug projecteerden, enzovoorts. Justitie heeft geen tijd om stations bezettingen of de enorme overlast die Extinction Rebellion veroorzaakt, aan te pakken.
Nu ik dit schrijf laat ik ChatGPT de uitspraak tegen White live opzoeken. De rechter vond de lichtreclame groepsbelediging en aanzet tot discriminatie. Geloof me, ik heb niks met die huisgemaakte fascistjes met hun lazerstraalmachientje maar ik denk toch dat ze een verdomd slechte advocaat hadden. Vraagje meneer de Rechter: does white live not matter?
Enfin, de aangifte van het CIDI viel in het water, alhoewel ik aanneem dat men daar wel een Artikel 12 procedure is begonnen die alsnog vervolging afdwingt. En dan hopelijk voor een rechter met iets van nesjomme. Hoogleraren en studenten van de Radboud verzoeken nu het bestuur zich te houden aan de eigen Richtlijn die zegt dat er altijd aangifte wordt gedaan omdat (quote): “het aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadig optreden is strafbaar op grond van artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht.”
Negen-en-dertig moedigen ondertekenden met naam en toenaam. Vier-en-zeventig anderen deden dat anoniem. Min of meer logisch, je kunt het ze niet kwalijk nemen. Het tekent de sfeer in de rattennesten die universiteiten zijn geworden. Zie nu weer de hetze in Rotterdam tegen professor Elena Kantorowicz-Reznichenko. “Haat heeft geen plaats op de universiteit” durft iets dat zich Muslimrightwatch noemt, te schrijven. Zie ook de risjes waarmee Amanda Kluveld in Maastricht dagelijks mee moet leven. Pettit’s handlagers deinzen niet voor geweld terug.
Het college van bestuur nam kennis van de open brief. Men vond de toon stevig en herkende zich niet in de constateringen. Dat viel ook nauwelijks te verwachten gezien de laffe houding die het bestuur voortdurend inneemt. In het antwoord kletsen ze wat over vrijheid van meningsuiting, academische vrijheid en kritische dialoog. Oh, en uiteraard gaat het bestuur graag in gesprek met de ondertekenaars. Kortom, het bestuur vindt het prima wat Pettit doet en doet er geen mallemoer tegen. Het antwoord was ondertekend door mevrouw Alexandra van Uffelen. Van jawel, D66, ik zeg het er maar even bij.
Pettit is historicus van zijn vak. Zou er iets in de thee van historici zitten dat ze antisemitisch maakt? Pettit komt er graag voor uit. Anderen zullen het stellig ontkennen. Maar professor historicus Maarten van Rossum zei vorige week dat Israël geobsedeerd is door veiligheid. Dat is een gore opmerking, want hij weet dondersgoed dat door die obsessie de Joodse staat tot nu toe overleeft. Over historicus Anton van Hooff schreef ik vorige week al een stukje. Geschiedenis is kennelijk een moeilijk vak.
Ach wat maak ik me druk. Het is inmiddels weekend. We gaan vrolijk op weg naar aanstaande woensdag, verkiezingsdag. Maar eerst nog even het hele weekend dansen op de ADE, Het Amsterdam Dance Festival. Feest voor iedereen, althans voor iedereen die jong is. Nou ja bijna iedereen. Want Joden mogen geen feest vieren in de Loft.












Opmerkingen