'Uitleg' - column Rob Fransman
- Rob Fransman
- 3 mrt
- 2 minuten om te lezen

Het scheelde maar 3 maanden of ik was Israëlisch staatsburger geweest. In de herfst van 1952 kwam ik in de Bergstichting. Vóór WO2 was de Bergstichting een vakantieoord voor Joodse bleekneusjes uit de armste gedeeltes van Amsterdam. Na de oorlog was het helaas en uiteraard een weeshuis.
Hoe dan ook, in de zomer van 1952, net voordat ik daar ging wonen, emigreerde wel dertig kinderen tegelijk naar Israel. Helemaal legaal was dat niet, er schijnt nooit toestemming gevraagd te zijn aan overlevende familieleden. Vaag herinner ik me dat er een flink schandaal ontstond. Een geschiedschrijver zou eens in de historie van Le Ezrath ha Jeled (de voorloper van JMW Joods Maatschappelijk Werk) moeten zoeken. Er zit een interessant verhaal in.
Ik heb me vaak afgevraagd hoe mijn leven er uit had gezien als ik drie maanden eerder in de Bergstsichting terecht was gekomen en meegereisd was met die geëmigreerde kinderen. In de loop der jaren heb ik er een aantal van hen gesproken. Voor zover ik weet zijn ze allemaal goed terecht gekomen. Niemand die ik sprak had spijt over zijn min of meer ongewilde alliyah. Maar ik heb soms wel spijt dat ik er niet bij was. Hoewel ik misschien al lang zou zijn gesneuveld in een van de talloze oorlogen die het land heeft moeten voeren. Enfin.
Neemt niet weg dat ik het land hartstochtelijk liefheb. Soms is dat moeilijk uit te leggen. Dan bazel ik wat over de verscheidenheid van de bevolking, het lekkere eten, het mooie weer, het strand, de saamhorigheid en de weerbaarheid. En dan kijken mensen me glazig aan en denken; ‘lul maar een eind weg.’ Daarom ter illustratie dit filmpje, van de week genomen in een willekeurige supermarkt, ergens in Israel, Dit zijn mensen die elkaar nog nooit gezien hebben. Die even uit de schuilkelders kunnen voor de noodzakelijke boodschappen. En dan dit: https://robfransman.substack.com/p/uitleg





Opmerkingen